Een goed begin… Nogmaals aandacht voor de openingsritus

Het openingsritueel van de zondagse eucharistieviering komen we bijna nooit in zijn volledige vorm tegen. Praktisch altijd wordt er met de snoeischaar gewerkt. Het resultaat kan heel verrassend zijn en een openingsritus opleveren die precies doet wat hij doen moet: de gelovigen oriënteren op elkaar en op de komende viering.

Snoeien is echter een kunst die niet iedereen verstaat. Wie ondeskundig te werk gaat zal de gevolgen daarvan ondervinden.

Eerder verschenen in Jubilate 16, 3 (september 1983)

door Cees Janssens

Ritus in het geding

Wie begint met alle rituele elementen weg te laten uit de openingsritus, houdt geen ritus over. Natuurlijk, wierook kan worden gemist, de besprenkeling met wijwater kan achterwege blijven, de begroeting van het altaar kan worden overgeslagen, een intredeprocessie is al evenmin strikt nodig, en zo kunnen we door- gaan. Wat houden we over?

Woorden.

De openingsritus wordt op deze manier al bijna een onderdeel van de woorddienst. Dat kan niet de bedoeling zijn. Zeker bij het begin van een dienst zouden alle zintuigen moeten worden geactiveerd. Liturgie is een zaak van de hele mens. Mensen willen niet alleen horen, zij willen ook zien, ruiken en proeven, voelen en bewegen. Wie liturgie gaat vieren zal zoiets nooit mogen vergeten.

De schuldbelijdenis

Een zeer belangrijk onderdeel van de openingsritus vormt de schuldbelijdenis, een rechtstreekse voorbereiding op de viering van de Eucharistie. Wat vóór de liturgische vernieuwing in gezongen diensten uitsluitend een aangelegenheid was van de priester en zijn assistenten, is nu – terecht – uitgebreid tot allen die zijn samengekomen. Met de tollenaar uit de gelijkenis kloppen allen zich op de borst en zeggen: ‘God, wees mij, zonder, genadig’ (Lukas 18,13–14). Deze schuldbelijdenis is niet aan één vorm of tekst gebonden. Het missaal biedt meerdere teksten – ook voor de verschillende tijden van het jaar – en meerdere modellen.

Heer, ontferm U over ons

Muzikaal gesproken is de combinatie van schuldbelijdenis en Kyrie-roep een aantrekkelijke mogelijkheid. Inhoudelijk worden hierbij zeer verwante gedachten samengevoegd in een vormgeving waarbij én gesproken én gezongen kan worden, een weldadige afwisseling. Bovendien treedt de structuur van de gemeenschap aan het licht: de priester als voorganger, de cantor of het koor, en uiteraard de gelovigen. Zij allen komen afzonderlijk én gezamenlijk aan bod. De rolverdeling zoals die in de liturgie funktioneert is daarmee vanaf het begin ook duidelijk gegeven. Veel meer dan tot nu toe zou van dit model ook muzikaal gebruik gemaakt kunnen worden.

Wijwater als alternatief

In het vernieuwde missaal vormt de besprenkeling met wijwater een alternatieve vorm van de boeteritus. Deze besprenkeling kan bij gelegenheid de plaats innemen van de gebruikelijke schuldbelijdenis. Desgewenst kan zij zelfs in iedere zondagsviering een plaats krijgen. De nauwe samenhang die er bestaat tussen doop en boete maakt deze besprenkeling bijzonder geschikt voor de zondagen van de Advent, de Veertigdagen en de Paastijd. Het is een goede zaak op dit gebied zowel de sprakeloosheid als de vormeloosheid achter zich te laten en de liturgie ook in haar spelelementen ernstig te nemen.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.