De uitspraak van het kerklatijn

In de voorgaande afleveringen van Jubilate is nogal eens gesproken over de uitspraak van het kerklatijn. En dat vooral in de praktijk van de Gregoriaanse zang. Maar de standpunten leken niet helemaal met elkaar overeen te komen. Zo zou verwarring in de zangerswereld kunnen ontstaan.

Daarom in dit artikel een aantal zaken op een rijtje gezet.

Fr. Nico Wesselingh o.s.b.

Jubilate 30, 2 (mei 1997), 30, 3 (september 1997), 31, 1 (januari 1998)

Italiaanse uitspraak

Er is een duidelijk verschil in de uitspraak van het klassieke Latijn, zoals dat bijvoorbeeld wordt onderwezen op middelbare scholen, en de uitspraak van het Latijn in de liturgie. Klassiek Latijn met zijn grote schrijvers als Cicero en Virgilius, zijn van ver vóór de tijd dat het kerklatijn ontstond. Latijn was in allerlei gebieden van Italië en ver daarbuiten een soort volkstaal. Het werd gesproken op het platteland en in kleinere steden. Men noemde het wel vulgair Latijn. In de grote Italiaanse steden werd vooral Grieks gebruikt, ook in de liturgie. Het heeft tot in de vierde eeuw geduurd, eer in Rome het Latijn ingang vond als liturgische taal. Toen was de klassieke tijd van het Latijn al ver voorbij. Ondanks allerlei dialecten, ook in de uitspraak, kan men stellen dat in het algemeen de Italiaanse uitspraak werd gevolgd. Verder kunnen we niet gaan.

Een algemeen beschaafd Italiaans ontstond pas in de 19e eeuw, nadat Italië zijn politieke eenheid had gerealiseerd. Toen werd het Toscaanse dialect, zoals dat gesproken werd in Florence, het algemeen gebruikte Italiaans. Zoals dat dialect te Rome wordt uitgesproken, spreekt men sinds het begin van de 20e eeuw ook het kerklatijn uit. Er is dus geen uitspraak van het Latijn, maar de uitspraak van een dialectisch Latijn, zoals dat in een bepaald gebied werd gesproken.

Handboek

De Vereniging voor Latijnse Liturgie heeft een Handboek voor Kerklatijn uitgegeven. Een uitstekend leerboek voor ieder die thuis wil raken in het kerklatijn. Het grammaticale gedeelte telt ongeveer 150 pagina’s. Daarachter vindt men een woordenboek van kerklatijn, dat ruim 200 pagina’s telt. De oefeningen die worden opgegeven, zijn gelardeerd met allerlei liturgische teksten. Zo leert men spelenderwijs de Gregoriaanse teksten verstaan. Wi] maken voor dit onderwerp dankbaar gebruik van genoemd boekwerk.

Klinkers

Het Latijn kent zeven klinkers. We geven ze hier weer, met daarachter een Nederlands woord dat ongeveer dezelfde klank heeft:

A: altijd open. Zoals ons maar.
Anima Ook in woorden als tuam, sanctus, maar dan wat korter.

E: half open. Houdt het midden tussen de e van het en de i van is, Er is dus geen Nederlandse klinker die exact de klank van de Italiaanse e weergeeft.
Oefen eens met het woord Deus. Niet de e van veel, maar naar de e van vet kleuren. Bij woorden als et en gentes iets naar de i kleuren.

AE en OE: als de hierboven genoemde E. Er is geen verschil tussen AE en OE. Die laatste dus niet verwarren met het Duitse Ö

I: als in ons woord lied. Initium.

O: als in het Franse Amazone. Quoniam.

U: OE, zoals in ons woord boek. Ook in het woord Alleluia.

Y: wordt altijd behandeld als bovenstaande klinker I. Synagoga.

Tweeklanken

De tweeklanken behouden in de Italiaanse uitspraak van het Latijn hun eigen klank. Ze worden dus apart uitgesproken. Het zijn de volgende vijf:* au, eu, ui, uo en ua*.

Wat opvalt is, dat alle klinkers, behalve
de y, in de tweeklanken voorkomen. We bespreken ze even in het kort:

AU We hebben hierboven gezien, dat de klinker u in het Italiaans als oe wordt uitgesproken. De a blijft ongeveer zoals in het Nederlands. Au wordt dan ongeveer aa/oe. Let erop, dat de oe hier kort is. de a vraagt de meeste ruimte. Denk aan het woord: Laudate, of: Gaudete, of Audite.

EU De eerste klinker is ook hier het langst. De oe weer kort. Euge, serve bone. Of: Heu, mihi. Deze tweeklank komt veel minder vaak voor dan au.

UI Deze tweeklank komt nooit voor aan het begin van een woord. Gewoonlijk gaat er de medeklinker q aan vooraf: Quis est homo. Quia, Quidam, Quibus. Hier is het omgekeerde het geval: niet de eerste klinker van de tweeklank krijgt de meeste ruimte, maar de tweede, de i. Toch moeten wij Nederlanders oppassen, dat de u niet tot een slappe w verwordt, de oe moet wel degelijk hoorbaar zijn.

UO De behandeling is ongeveer hetzelfde als bij de tweeklank ui. De klinker o trekt de meeste aandacht, maar de oe mag niet verdonkeremaand worden. Quoniam, Quomodo, Quotidie.

UA Hier is het de a die het belangrijkst is. Maar de u moet ook hier zijn waarde als klinker behouden: de oe even laten horen, en niet reduceren tot een w. Quare, Quanitas, Quasi.

Let up: er zijn woorden die een tweeklank lijken te hebben, maar onterecht. Als: b.v. de combinatie ui met een c ervoor staat afgedrukt, zijn dat twee lettergrepen, die dus ook apart worden uitgesproken: cui. De tweeklanken ui, uo en ua komen alleen voor voorafgegaan door een q. Woorden als Deus, Ait, Duo, Tuo etc. zijn dus woorden van twee lettergrepen. Waar een woord twee lettergrepen heeft, kan het geen tweeklank hebben.

Medeklinkers

De medeklinkers of consonanten Vooraf deze opmerking: veel koren spreken bij het zingen van het Gregoriaans de medeklinkers vaak wat slap uit. Dat is jammer. Zijn de klinkers als het ware de stam en de takken aan de boom, de medeklinkers zijn als de blaren: ze geven kleur en bepalen naast de klinkers de betekenis. Omdat er veel meer medeklinkers zijn dan klinkers, is voor het verstaan van de tekst de uitspraak van de medeklinkers nog belangrijker. Daarnaast verrijken de medeklinkers de tekst, vooral door hun afwisseling: lipletters, tongletters, gutturalen. In onze taal krijgen de medeklinkers vaak weinig nadruk, althans in ons spraakgebruik. Maar luister eens naar mensen uit de Romaanse landen: Frankrijk, Spanje, Italië. Vooral de Italianen weten te spelen met de consonanten. En met de Romeinse uitspraak van het Latijn zitten we daarmee op de goede weg. Al moet uiteraard alle overdrijving vermeden worden.

We behandelen nu elk van de medeklinkers in alfabetische volgorde.

B Wordt zacht uitgesproken. Aan het eind van een woord niet helemaal als K.

C Voor de klinkers e, ae, oe en y wordt de C uitgesproken als tsj: cervus (tsjervoes) en Caesar (tsjesaar). In alle andere gevallen wordt de C als een K uitgesproken. Moet de C als tsj worden uitgesproken en gaat er een x of een s aan vooraf, dan wordt die t afgezwakt: excelsis, ascendit.

CC Voor de klinkers e, ae oe en i wordt een dubbele c ook als tsj uitgesproken: Ecce.

D de letter d altijd zacht.

G Voor een e, ae, oe, i en y als: dzj. De C wordt dus stemloos, en de G stemhebbend uitgesproken. In alle andere gevallen als een stemhebbende K: Gavisi sunt.

GG Wordt een dzj voor de klinkers: e, ae, oe, i en y: Agger.

GN Uitgesproken als nj: Agnus.

H Werd in het Romeins nooit uitgesproken. Was een soort spraakgebrek van de Romeinen. In sommige composities lijkt het wel of de H een lichte K werd. Het lijkt niet fout om dat te doen.

J ls in het Latijn een korte, lichte ie, dus een klinker. De j bestond niet in het klassieke Latijn. In de uitgaven na Vaticanum II is die j weer een i geworden: Jesus is Iesus; ejus is eius en adjuvare adiuvare.

L Als in het Nederlands, maar met de tongpunt, dus niet dik.

PH Wordt altijd f.

Q Wordt steeds gevolgd door een u: quia, quoniam. Met zeer korte oe.

R Tong-r verdient duidelijk voorkeur boven huig-r. Aan het eind van een woord wordt de r bijna toonloos.

S Korte, wat hoge sis-klank. Tussen twee klinkers binnen een woord: zachter.

TI Een beetje ingewikkeld. Wanneer de t gevolgd wordt door een i, en daarop volgt binnen het woord een klinker, dan wordt de uitspraak tsie: otium. Wanneer in dat geval een c voorafgaat aan de ti, dan wordt de t bijna niet uitgesproken: lectio. De s vervalt echter als er een s, t of x aan voorafgaat: ostium.

V Wordt gevormd met de boventanden op de onderlip. Dus geen glijder, die alleen met de lippen wordt gevormd. In oude muziek staat de u soms voor de v. Una of Uia. Deze laatste u wordt dan als een v uitgesproken. Denk aan het Engels ‘Double U’ voor de letter w. In oud-Engels is de W een dubbele u.

X kx, met een scherpe, hoge s.

Z Als dz, met een lichte d: zelus.

Reageren is niet mogelijk