In ecclesiis benedicite Deo: acclamaties bij de intrede

Verheerlijkt God in uw samenkomsten. Ps. 67, vs. 27

Bedoeling

Onder deze titel zal in de komende nummers van Jubilate telkens een aflevering verschijnen over acclamaties in de Latijnse liturgie. Steeds komen één of meerdere acclamaties aan de beurt in de volgorde waarin ze in de Eucharistie optreden. Met voorbeelden erbij hopen we de koren en andere liturgische werkers wat op weg te helpen, om het onderdeel acclamaties wat in te voeren, te vernieuwen of aan te passen.Lees verder

Vier evangelie-liederen

Naar aanleiding van een artikel van Cees Janssens in ons blad Jubilate van september 1994 met als titel ‘Een Evangelielied’, is mij gevraagd of ik 4 Evangelieliederen wilde uitzoeken: twee voor de 40 dagen- en twee voor de paastijd. Ik heb toen ons onvolprezen Doneksysteem geraadpleegd en aangezien wij momenteel in het C-jaar leven heb ik daarop gezocht.Lees verder

Het evangelielied

Binnen het geheel van de Schrift nemen de vier evangelies een bevoorrechte plaats in. Dat heeft tot gevolg dat ook in de viering van de liturgie de evangelielezing als een hoogtepunt geldt. Met name in meer feestelijke vieringen is dat duidelijk. Rond de voorlezing van het evangelie worden alle zintuigen gemobiliseerd, worden alle registers opengetrokken. Het rechtstaan van de gelovigen is hier niet minder welsprekend dan het gebruik van kaarsen en wierook. Het evangelieboek wordt aangedragen onder het zingen van het Alleluia, en in vele kerken wordt dit na beëindiging van de lezing omhoog geheven en klinkt er een acclamatie. Het geheel vormt een typisch katholieke manier van omgaan met het Boek en het daarin vervatte woord van de Heer.

Lees verder

De halleluia-acclamatie

Bij veel vieringen in onze kerken is deze acclamatie vóór het evangelie nog minder dan een ondergeschoven kind: zij wordt vaak gewoon weggelaten! Dat is toch wel heel jammer, want men laat dan de gelegenheid voor een waardevol liturgisch moment aan zich voorbijgaan, een moment waarop voor de deelnemers aan de viering zowel iets te zien, te horen, te ruiken als te doen valt. Zo’n uitgelezen kans voor een echt actieve deelname aan een viering zou je toch altijd moeten benutten.

Lees verder

Het openingslied

‘Een goed begin is het halve werk’, zegt een bekend spreekwoord. Dit is zeker ook van toepassing op het begin, de openingsritus, van een Eucharistieviering. De verzamelde gelovigen, van verschillende herkomsten met totaal verschillende achtergronden, dienen aan het begin van de viering een gemeenschap te gaan vormen, het volk Gods.

Lees verder

De geloofsbelijdenis: vreemd element of zinvol onderdeel?

Móet dat nou, na de preek zo’n loodzware tekst zeggen of zingen? Deze verzuchting zal ongetwijfeld regelmatig worden geslaakt door menig liturgist en kerkmusicus, verantwoordelijk voor de voorbereiding van een zinvolle en inspirerende zondagsviering.

Deze twijfel aan de zin van een officiële geloofsbelijdenis in de zondagse eucharistieviering leidt in verscheidene parochiekerken tot het eenvoudig weglaten ervan, de vervanging door een al dan niet strofisch ‘evangelielied’ of door een zelfgemaakte ‘geloofsverklaring’.

Alle reden om eens na te denken over functie en vormgeving van de geloofsbelijdenis in onze vieringen.Lees verder

‘Asperges me’: een openingsritueel voor de zondag

‘Asperges me’: “Heer, sprenkel mij met hysop dat ik rein word, was mij dat ik witter word dan sneeuw” (psalm 51 (50), 9). In het hele psalter is er misschien wel geen tekst te vinden die zo vaak gezongen werd en die de kerkgangers zo vertrouwd was als deze. Elke zondag, vóór het begin van de Hoogmis, werd deze bede aangeheven tijdens de besprenkeling met wijwater, alleen de Paastijd vormde een uitzondering. Dan moest het ‘asperges me’ wijken voor het ‘vidi aquam’, een tekstcollage naar Ezechiel 47,1 en 9. Iedereen wist dat en iedereen handelde dienovereenkomstig. De gedachte hier op eigen gezag verandering in te brengen kwam bij niemand op.Lees verder

Driewerf heilig

Het Heilig, waarover we terloops al eens iets hebben gezegd in deze cyclus, is waard om nog wat verder onder de loep te worden genomen. De oorsprong van de tekst is heel oud en eerbiedwaardig. Het Heilig (of Sanctus, ik ben zo vrij die benamingen hier rustig door elkaar te gebruiken) is geen uitvinding van een of ander origineel denkende liturgist of kerkmusicus.Lees verder

Eucharistisch gebed: om Hem te herdenken

De artikelenserie over het Eucharistisch Hooggebed wordt nu afgesloten met een laatste bijdrage, en wel over acclamaties tijdens het Hooggebed. We hebben gezien hoe het Heilig en de acclamatie na de consecratie een vast gegeven zijn als het om acclamaties gaat. Het gebruik van deze gezongen elementen is vrij algemeen.

Jubilate 20, 2 (mei 1987)

Fr. Nico Wesselingh

Door de gelovigen

Toch wordt door velen aangevoeld, dat tijdens dit Hooggebed de aanwezige gemeenschap van gelovigen weinig ‘te doen’ heeft. Gezangen en ceremonies zijn als het ware stil gevallen. Er wordt niet meer gelopen van zetel naar lessenaar en vice versa. Het is goed dat dit soort dingen wegvallen op het belangrijkste moment van de viering. Alles is geconcentreerd rond het altaar, voor de mysterieviering. Maar daarmee valt er voor velen wel een soort gat in de viering. Velen voelen de behoefte om de deelname uit te breiden. Vandaar dat in ons land in veel parochies het gebruik is ontstaan, om de aanwezige gelovigen gedeelten van de Canon te laten meebidden. In veel zondagsboekjes, zoals die in de handel worden gebracht of zelf gemaakt, staan de teksten die daarvoor in aanmerking komen(!) cursief gedrukt. Hele discussies worden gevoerd, of dat nu zo’n goede oplossing is. Zonder me in die discussie te willen mengen op deze plaats, stel ik eenvoudig vast dat deze oplossing de weg van de minste weerstand is, en alleen maar het gesproken woord nog massiever maakt.

Kan ook anders

Een andere, betere oplossing is: het invoegen van meer acclamaties binnen het Hooggebed. ‘Weer iets nieuws’, hoor ik sommigen denken. Dat valt wel mee. Het zingen van acclamaties op bepaalde plaatsen in het Hooggebed is niets nieuws. Ook in officiëel door Rome goedgekeurde Eucharistische gebeden staan zulke acclamaties afgedrukt. Het ligt trouwens geheel in de lijn van de officiële adviezen, waar die het gebruik van acclamaties regelen.

Voorbeelden

Eucharistisch_gebed_3_1

Voorbeeld 1: Drie acclamaties uit Canon IX, voor Eucharistie met kinderen

Om daar een paar voorbeelden van te vinden hoeven we echt niet zover te zoeken. Sla uw Gezangen voor Liturgie er maar eens op na. De Eucharistische gebeden IX, X en XI, beginnend op blz. 582, geven een interessant voorbeeld van aanpak. De bij deze drie gebeden behorende acclamaties zijn getoonzet door Floris van der Putt. Om een beeld te krijgen van de levendigheid waarmee zoiets kan gebeuren, nemen we de eerste van de drie onder de loep.

Eucharistisch_gebed_3_2

Voorbeeld 2: Uit dezelfde Canon: Acclamatie na de consecratie.

De z.g. Prefatie wordt tweemaal onderbroken voor een acclamatie, beide keren weer anders, maar op verwante melodie. Aan het einde van de Prefatie volgt dan een verkort Heilig. Wie de drie acclamaties (zie voorbeeld 1) in een andere volgorde achter elkaar legt, zal zien dat het Heilig tot dit doel gewoon in drieën is gesplitst. Na de consecratie volgt iets interessants: de tekst is anders dan de teksten die we voor deze acclamatie kennen: drie korte elementen, zeer acclamatorisch, op een goede melodie. Zie voorbeeld 2. In de tekst die daarna nog rest, zou deze acclamatie nog enkele keren kunnen worden herhaald.

In Eucharistisch Hooggebed X is iets merkwaardigs aan de hand. De eerste acclamatie, die drie keer herhaald wordt, staat niet getoonzet. Ik denk dat dit een vergissing, of liever een omissie is, van de drukker, want op de gebruikte melodie verderop in deze Canon, zou deze acclamatie goed te zingen zijn. We zijn zo vrij dat hier af te drukken. Zie voorbeeld 3. Het Heilig wordt alleen aangegeven. Daarvoor zou de melodie van IX goed gebruikt kunnen worden, of een andere bekende melodie. Zo kan dan ook het ‘Gezegend Hij die komt’, dat in beide Gebeden is losgemaakt van het Heilig, zonder bezwaar op de aangegeven plaats worden gezongen. Zie voorbeeld 1.

Voorbeeld 3: Uit Canon X, voor Eucharistie met kinderen: drie acclamaties.

Voorbeeld 3: Uit Canon X, voor Eucharistie met kinderen: drie acclamaties.

Na de consecratie van het brood staat een korte acclamatie, dezelfde als na de consecratie van de wijn. In het verdere verloop van deze Canon is nog viermaal de gelegenheid tot het zingen van een acclamatie. Voor het ‘Amen’ aan het einde staat niets aangegeven van melodie. Daarvoor zou gemakkelijk die van no. IX gebruikt kunnen worden. Zie voorbeeld 4. Het derde Hooggebed voor Eucharistie met kinderen is wat traditioneler van opbouw: Heilig, en één acclamatie, die een aantal keren kan worden herhaald.

Voorbeeld 4: Uit Canon IX, Eucharistie met kinderen: afsluitend Amen.

Voorbeeld 4: Uit Canon IX, Eucharistie met kinderen: afsluitend Amen.

Alleen voor kinderen?

Je vraagt je af, waarom zo’n werkwijze voor kinderen in de officiële boeken wèl duidelijk wordt aangegeven, maar niet voor volwassenen. Kun je met kinderen wèl acclamaties invoegen in de Canon, en met volwassenen niet? Worden wij volwassenen geacht niet spontaan genoeg meer te zijn voor deze ‘schietgebeden’? Zou het geen aanbeveling verdienen om op speciale dagen dagen eenzelfde vorm te gaan praktiseren? Waarom zou je niet b.v. op Pasen (en in de Paastijd) een bekend drie- of viervoudig Alleluia kunnen invoegen? (Zie voorbeeld 5).

Voorbeeld 5: Twee Alleluia’s, bruikbaar als acclamaties tijdens Canon.

Voorbeeld 5: Twee Alleluia’s, bruikbaar als acclamaties tijdens Canon.

Iets wat zo eenvoudig is, moet toch kunnen worden gepraktiseerd zonder dat daar weer aparte boekjes voor nodig zijn? Een aantal keren voorzingen, aanhef door cantor of koor moet toch voldoende zijn om zo’n praktijk te starten. Gezangen voor Liturgie geeft onder de nummers 241 tot 263 daarvan een aantal voorbeelden. En het zou een goede praktijk kunnen zijn, om op de zondagen in de Paastijd, of ev. ook door het jaar, het Alleluia van voor het evangelie onder de Canon een aantal keren te herhalen. Melodische herkenning speelt dan ook een rol. Het bij de Alleluia’s behorende vers moet wel uitsluitend voor de acclamatie bij het Evangelie worden gereserveerd.

Er is ook nog een andere mogelijkheid. Men zou ook zijn toevlucht kunnen nemen tot de refreinen van bepaalde Beurtzangen uit de Psalmen. We drukken er een paar van af uit Gezangen voor Liturgie. Let, als u zulke keerverzen zelf gaat uitkiezen, opdat het gebruikte keervers qua tekst een duidelijk acclamatorisch karakter heeft. Een smeekgebed kan als keervers bij een Beurtzang mooi zijn, maar komt niet in aanmerking om als acclamatie gebruikt te worden. (Zie voorbeeld 6).Eucharistisch_gebed_3_6a

Voorbeeld 6: Refreinen uit beurtzangen, bruikbaar als acclamaties tijdens de Canon.

Voorbeeld 6: Refreinen uit beurtzangen, bruikbaar als acclamaties tijdens de Canon.

Nog meer mogelijkheden

Al is dit gebied in ons land nog nauwelijks betreden, onlangs verscheen een boekje wat ons wel degelijk kan helpen. In de serie ‘Pastoraal-liturgische handreikingen’ zag medio vorig jaar een boekje het licht met de titel: Modellen voor gebedsdiensten, woorddiensten, communiediensten. Hierin wordt veel behartenswaardigs gezegd over genoemde diensten. Wat vooral een goede zaak is: er worden in de gegeven modellen ook melodieën aangereikt voor acclamaties. Ik telde er een twintigtal. Van goed gehalte. Je kunt je afvragen, of je voor een gebeds- of communiedienst dezelfde acclamaties moet gebruiken als bij een Eucharistie. Het zou beter zijn voor beide een apart repertoire te hebben. Maar aangezien dat nog ver weg lijkt, en het bedoelde boekje (Uitgave Nationale Raad voor Liturgie, Utrechtseweg 29, Zeist) nog maar sporadisch gebruikt wordt, is er nog geen gevaar voor vermenging.

Die aangereikte acclamaties zijn niet zomaar bij elkaar geraapt, maar bijna allemaal speciaal voor deze uitgave gecomponeerd. Aan dit boekje, dat belangrijker is dan velen denken, vooral in verband met het toenemen van het aantal andersoortige vieringen dan Eucharistie, is ook meegewerkt door C. Janssens, voor de trouwe lezers van dit blad geen onbekende. Wij volstaan met eenvoudig enkele voorbeelden uit dit boekje over te nemen. (Zie voorbeelden onder no. 7)Eucharistisch_gebed_3_7 Eucharistisch_gebed_3_8 Eucharistisch_gebed_3_7b Eucharistisch_gebed_3_7a

Voorbeeld 7: Nieuwe acclamaties van diverse Nederlandse componisten.

Voorbeeld 7: Nieuwe acclamaties van diverse Nederlandse componisten.

Eén acclamatie wil ik speciaal vermelden. Het is de acclamatie die wij onder voorbeeld 8 afdrukken. Deze acclamatie hoort bij een gezongen Eucharistisch Hooggebed (Tekst van Canon III), die gecomponeerd is door Floris van der Putt bij gelegenheid van het veertigjarig priesterfeest van onze Bisschop, Mgr. Ernst. Men kan dat hele Gebed zingen, het staat met melodie afgedrukt achter in het altaarmissaal, men kan alleen het centrale gedeelte nemen, of de tekst alleen maar zeggen, en de gemeenschap op de geëigende plaatsen de acclamatie laten zingen. Deze goede acclamatie vermeld ik speciaal als een hulde aan onze Bisschop, die onlangs zeventig jaar werd. U vindt deze acclamatie ook in G.v.L. onder no. 301 b. We drukken hier zowel de eenstemmige als de vierstemmige versie af.

Voorbeeld 8: Acclamatie, behorend bij gezongen Canon III, getoonzet voor 40-jarig priesterfeest van Mgr. Ernst. Eenstemmige en meerstemmige zetting.

Voorbeeld 8: Acclamatie, behorend bij gezongen Canon III, getoonzet voor 40-jarig priesterfeest van Mgr. Ernst. Eenstemmige en meerstemmige zetting.

Tot besluit

Stof genoeg, dacht ik, om wat mee te gaan doen. Sommigen zeggen, als je over dit soort zaken spreekt: Ach, dat kleingoed, daar is geen eer aan te behalen, zeker niet voor het koor. Nu zijn acclamaties niet op de eerste plaats voor het koor, maar meer voor de hele gemeenschap. En de levendigheid van de liturgie kan er veel mee winnen. In dit opzicht moet je een gevoelsmatigheid ontwikkelen om dit waar te nemen. Het zijn geen spectaculaire zaken, maar een juiste en afwisselende rolverdeling en inbreng van alle groepen die een liturgische functie hebben, van celebrant tot gelovigen, voor het altaar en achter het altaar. Op één ding meen ik nog te moeten wijzen: Wie eraan begint, moet wel het nodige overleg plegen. Priester, dirigent, organist en ev. het koor moeten precies weten waar ze aan toe zijn. En het uitzoeken van de plaatsen waar in het Eucharistisch Gebed een acclamatie kan worden geplaatst zonder de gang van de tekst te verbreken, is niet ieders werk.

We wensen u graag sukses met het creatief en muzikaal realiseren van dit bescheiden onderdeel van de liturgie.

‘Gedenken wij dankbaar’. Over het eucharistisch gebed

Dankzij de liturgische vernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie is het eucharistisch gebed in onze kerken weer tot klinken gebracht. Niet mondjesmaat, maar voluit, van het begin tot het einde. Vanaf de openingsdialoog tot en met de afsluitende doxologie: “Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn…”

Jubilate 19, 3 (september 1986)

Cees Janssens

Niet alle veranderingen zijn verbeteringen, zegt de volksmond. In dit geval gaat het duidelijk om een verandering die wel een verbetering is. Niemand verlangt terug naar de in stilte gebeden canon. Dat betekent niet dat de huidige praktijk altijd en overal ideaal is. Kerkgangers weten wel beter. Het heeft er soms alle schijn van dat de liturgievernieuwing de problemen rond het eucharistisch gebed eerder heeft vergroot dan verkleind.

Het hek van de dam?

In de vroegere praktijk was de canon een onaantastbaar gegeven; een soort Heilige der Heiligen, dat slechts met gedempte stem en als het ware op kousevoeten werd betreden. In de nu gangbaar geworden praktijk is er van deze schroom weinig overgebleven. Jan en alleman is zich met het eucharistisch gebed gaan bemoeien. De meest vreemde creaties zagen het daglicht, de meest wonderlijke gedachten werden er in uitgedrukt. Liturgische doe-het-zelvers leken soms een kruising tussen een maximum aan goede wil en een minimum aan kennis van zaken. Het zal niemand verbazen dat het eucharistisch gebed er niet altijd zonder kleerscheuren is afgekomen.

Het abc van de liturgie

Enige kennis van hol liturgische abc is in onze dagen onontbeerlijk. Aan het eucharistisch gebed vanlt deze stelling uitstekend te illustreren. In de tijd dat de liturgie maar één canon kendo, waren er geen problemen. Geen mens maakte zich druk over de eisen waaraan dit gebed moest voldoen. De tekst was voorgegeven en daarmee was de liturgische kous af. Nu het aantal liturgische gebeden aanzienlijk is uitgebreid, is de kwestie van de normen, waaraan een tekst moet voldoen, plotseling aktueel geworden. We hebben het dan nog alleen maar over de tekst. Goede liturgie vraagt echter om meer dan woorden alleen. Wat is bijvoorbeeld de taak van de priester bij dit alles en wat de rol van de gemeenschap? Hoe zit het met de rite: en de gebaren bij het eucharistische gebed? Hoe komt er zoiets als een goede muzikale vormgeving tot stand?

Goed of niet goed?

in een vorige bijdrge – zie Jubilate van september 1985 – hebben we een poging gedaan het eucharistische gebed, en daarmee de eucharistie zelf, kort te typeren. Wij kwamen toen uit bij deze “Het gaat om de lofprijzing van de Vader, de gedachtenis van de Zoon en de bede om de Heilige Geest”. Wanneer wij eucharistie vieren, dan zijn dit de bouwstenen voor het eucharistisch gebed. Altijd. Overal. Op deze regel bestaan geen uitzonderingen. Wie wat anders wil, moet zijn toevlucht nemen tot een anderssoortige viering. Maar wie eucharistie wil vieren kan aan deze uitgangspunten niet voorbij.

Geen eucharistie zonder relatie tot Vader, Zoon en Geest. Geen eucharistie zonder lofprijzing, gedachtenisviering en smeekbede. Een eucharistisch gebed waarin deze elementen niet zijn aan te wijzen, is zeker geen goed eucharistisch gebed. Zo simpel ligt dat. Alle hout is geen timmerhout. We hebben hier te maken met een minimumeis, een soort onderste grens. Wat daaronder blijft is brandhout. Naar boven daarentegen zijn er geen grenzen. Het kan immers altijd nog beter.

Bidden naar joods model

De christelijke liturgie heeft haar wortels in de joodse wereld. Ons eucharistisch gebed draagt daarvan de sporen. We moeten heel zuinig zijn op dit erfgoed, het vertegenwoordigt klasse. De drieslag lofprijzing, gedachtenis en smeekbede getuigt daarvan.

Wanneer de vrome israeliet zich tot zijn God wendt, dan is het eerste waarvan hij blijk geeft: God is God. Dat besef wordt uitgedrukt in de lofprijzing: “Gezegend is onze God, groot is Hij en zeer te prijzen…” De christelijke kerk heeft deze goede gewoonte overgenomen, in het eucharistisch gebed valt dat ook heel duidelijk te zien. Het element lofprijzing krijgt daarin altijd het eerste woord. Dat gebeurt op steeds wisselende en toch altijd weer dezelfde manier in de prefatie en het daarbij aansluitende ‘Heilig, Heilig, Heilig’. Wie meent dat het hierbij gaat om elementen die niet meer van deze tijd zijn, heeft van waarachtige liturgie kennelijk nog niets begrepen. In de joodse vroomheid wordt de lofprijzing gevolgd door de gedachtenis. Gedenken, dat is een grondwoord in de bijbelse wereld. Het is het present stellen van Gods weldaden door ze een voor een op te roepen. Het is de levende traditie, het besef te staan in één grote werkelijkheid, samen met hen die ons voorgingen en – hopelijk – met hen die na ons zullen komen. Bij de viering van de eucharistie speelt dit ‘gedenken’ een uiterst belangrijke rol. Deze gedachtenis kan op velerlei wijze worden ingevuld, maar centraal staat altijd de gedachtenis van Hem, die als Messias ons door God is gegeven: Jesus, de Christus. “Gedenken wij dankbaar de daden des Heren, zijn leven, zijn dood en verrijzenis…” Géén eucharistie zonder dit ‘gedenken’ in opdracht van de Heer zelf: “B|ijft dit doen om Mij te gedenken”.

De smeekbede, ons ‘bidden’ in de zin van ‘vragen’, komt pas daarna. Een fatsoenlijk gelovige begint niet met vragen, hij begint met loven en prijzen, vervolgens gedenkt hij, en tenslotte mag hij ook vragen. Vragen dat alles waarvan het gedenken spreekt, hier en nu, vandaag en morgen, ook voor ons zal mogen gelden. Vragen dat het ook voor ons en voor onze kinderen zo mag zijn dat Jesus onze Messias is en zijn Vader ook onze Vader.

Het loven wordt vooral met de Vader in verband gebracht, het gedenken geldt allereerst de Zoon, het smeken is vooral een smeken om de Geest, kort begrip van alles wat God ons geven wil.

Waar blijven de consecratiewoorden?

Er zijn mensen die denken dat een eucharistisch gebed altijd goed is, wanneer de consecratiewoorden er maar in voorkomen. Deze mening delen wij niet. De consecratiewoorden, ook wel instellingswoorden genoemd, vormen ongetwijfeld een belangrijk element binnen het geheel, maar zijn toch niet meer dan een onderdeel. Zij roepen de werkelijkheid op van ’s Heren dood en verrijzenis. Daarmee behoren zij tot het hart van de viering. Maar ook het hart heeft zijn plaats in een groter geheel. Als element van de gedachtenis van Jesus kunnen de consecratiewoorden alleen goed funktioneren in samenhang met de lofprijzing van de Vader en de bede om de Geest. Wie de consecratiewoorden isoleert van de rest van de gedachtenis, en wie vervolgens deze gedachtenis weer losmaakt uit het grotere verband van de lofprijzing en de bede om de Geest, die veroorzaakt een soort liturgische kortsluiting. Wie het eucharistisch gebed versmalt tot alleen de consecratiewoorden, die heeft misschien van veel dingen verstand, maar zeker niet van liturgie.

Roepen om de Geest

Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat de consecratiewoorden vaak overbelicht worden en dat de bede om de Geest vaak onderbelicht blijft. Toch gaat het ook bij het derde element van de genoemde trits om een belangrijk gegeven. De roep-om-de-Geest, de zogenaamde epiclese, heeft betrekking op de gaven van brood en wijn maar evenzeer op de gelovigen die zich rond het altaar hebben verzameld. De Geest wordt geroepen om zowel het brood en de wijn als deze gelovigen om te vormen en te maken tot ‘Lichaam van Christus’. Een eucharistisch gebed waarin een dergelijke epiclese ontbreekt kan de toets der kritiek niet doorstaan. Ieder weldenkend christen beseft dit ook wel enigszins; zonder de Geest zijn wij als kerk nergens.

Meer dan woorden alleen

De liturgie kan met woorden alleen niet volstaan. Het eucharistisch gebed vormt geen uitzondering op deze regel. Alle zintuigen zijn geroepen mee te doen, wanneer net er om gaat het geloof te vieren. Ieder van de aanwezigen is geroepen deelnemer te zijn, met hoofd en hart, met handen en voeten. Ieder vervult de hem of haar toekomende rol. Niets meer, maar ook niets minder. De rol van de gemeenschap is een andere dan die van de priester die voorgaat. De rol van de cantor of het koor is weer een andere. Hier zijn spelregels in Het geding, gedragsregels of hoe men ze noemen wil. Men doet er goed aan deze regels serieus te nemen. De kwaliteit van de viering is er mee gemoeid. En altijd is er de ‘verhoogde toon’ van zang en muziek.‘Altijd’ klinkt het wat voorbarig, maar wat niet is kan komen. De vernieuwing van de liturgie staat nog in de kinderschoenen. Eens zal toch net besef moeten doorbreken dat het eenvoudig niet gaat zonder die verhoogde toon. Wanneer wij door schade en schande wijs moeten worden, dan kunnen wij nog wel eens héél wijs worden.