‘Amen’ en andere acclamaties in de liturgie

We zeggen of zingen het zo vaak: ‘Amen’. Wat betekent dat woord eigenlijk? De ‘Dikke van Dale’ schrijft:

  • (oorspr.) dat is zo, dat zij zo, zeker
  • (thans) slotwoord van gebeden, preken …<Hebr. Amen (waarlijk, zeker).
  • ‘Amen op iets zeggen’ betekent: ‘ermee instemmen’, ‘erin toestemmen’ en is, volgens van Dale, ontleend aan Deuteronomium 27,15–26, waar het volk twaalfmaal de formule uitsprak. Het woord komt voor in de drie grote godsdiensten: Jodendom, Christendom en Islam. Op de doxologieën in de synagogale eredienst antwoordt het volk met ‘amen’. In de christelijke liturgie werd het woord onvertaald overgenomen. Het volk reageert met ‘amen’ op het eind van de canon die door de bisschop luid werd voorgedragen, zo lezen we bij Justinus rond het jaar 150. En de H. Hiëronymus verhaalt, omstreeks het jaar 400, hoe het amen door de Romeinse basiliek dreunt als een hemelse donderslag! Het is onze cultuur niet zo’n gewoonte om als kerkvolk massaal ‘amen’ uit te roepen. Er is meestal slechts sprake van wat onduidelijk gemompel en – in navolging van de gewoonte in veel protestantse kerken – is het vaak de voorganger zelf die het gebed ‘beaamt’. Een gezongen amen zou beter zijn, maar dat werkt alleen goed na …

    lees verder

    Het eucharistisch gebed: deelname van de gelovigen

    Traditie

    Vanouds werd het stil, als de priester de prefatie had gezongen en het sanctus had geklonken. Men knielde onder het eucharistisch gebed en werd extra eerbiedig voor het moment dat Christus’ komen in de viering realiteit werd. Voor sommigen wekt het nu de indruk dat die stilte en attentie voor wat aan het altaar gebeurt de aandacht wat doet verslappen, de levendigheid van de viering wat doet inzakken. Vanuit die gedachte is men ertoe gekomen om sommige gedeelten van het eucharistisch gebed met alle aanwezigen samen te zeggen. fr. Nico Wesselingh o.s.b. Jubilate 31, 3 (september 1998) We weten dat dat eigenlijk niet de bedoeling is. Het hogepriesterlijk gebed komt aan de priester toe, volgens de liturgische richtlijnen. Dat brengt een soort dilemma mee. Is er dan werkelijk geen enkele deelname aan dit gebed door de gelovigen? Kunnen we daar een redelijke oplossing voor vinden?

    Acclamaties

    Om te beginnen moeten we die momenten in het eucharistisch gebed die juist speciaal voor de gelovigen zijn bestemd niet verwaarlozen. Dat zijn met name het heilig en de acclamatie na de consecratie. Ja, ook het heilig is een onderdeel van het eucharistisch gebed. Want ook de prefatie behoort daartoe. Deze twee, het …

    lees verder

    Lofzingen: de Paastijd

    Ook nu neem ik de nieuwe GvL bundel weer ter hand, waarbij opvalt dat er in de nieuwe bundel voor de paastijd meer dan 50%, voor hemelvaart 25% en voor pinksteren zelfs meer dan 65% aan liederen zijn toegevoegd.

    Rinie van der Leer-Stamer

    Jubilate 31, 2 (mei 1998)

    Een aanwinst voor de Paastijd is o.a. het loflied ‘Ere zij God de Zoon’, Gezang 602, een strofisch lied, dat wil zeggen: opeenvolgende coupletten.

    Gezang 602 is deels proclamerend, deels verhalend. Het lied is zeer geschikt om het volk mee te laten zingen en de uitbundige aanhef nodigt daar ook beslist toe uit.

    Als een trompetsignaal klinken de eerste regels, waarin do, mi, so en la de proclamerende sfeer meteen treffen. De volgende twee regels zijn verhalend, hetgeen ook in de melodie merkbaar is.

    De volgende twee regels zijn elkaars evenbeeld, behalve dat de tweede ervan een toon hoger staat. Nog steeds jubelt het lied en wijst ons naar de slotregels, die van boven neerdalen naar de uiteindelijke slotnoot (Die slotnoot is niet terug te vinden aan het eind van de voorgaande regels, zodat je na elke regel wel door méet zingen!)

    De melodie heeft een echt Engels karakter, en gezien de …

    lees verder

    Andere gezangen als antwoord na de Eerste Lezing

    Vorige keer zijn we geëindigd met u te zeggen dat er, vooral in de sterke tijden ook nog andere mogelijkheden zijn als antwoord no de eerste Lezing. Daar gaan we het dus nu over hebben.

    fr. N. Wesselingh o.s.b.

    Jubilate 30, 3 (september 1997)

    Advent

    Een van de meest geliefde gezangen uit de Gregoriaanse traditie is het Rorate. Hoewel het een laat gezang is, pas enkele eeuwen oud, is de melodie goed modaal, en de tekst is een wonderbaarlijke combinatie van allerlei teksten uit Jesaia. In het keervers worden de hemelen en de wolken opgeroepen om de heiland naar beneden te laten komen in dauw en regen. In de verzen wordt God zelf aangesproken. Onze schuld wordt erkend, en God wordt gesmeekt ons te komen verlossen. Aan het eind komt het antwoord van God: Consolamini… Troost toch, mijn volk… spoedig zal uw heil komen. Prachtige opbouw met hoop en verwachting.

    De vorm is responsoriaal, zoals ook de Antwoordpsalmen die het Lectionarium opgeeft; Keervers voor allen en verzen voor de voorzang. Ik heb wel eens liederen op deze plaats in de Advent gehoord die minder toepasselijk zijn.

    Kersttijd

    De traditie kent een aantal gezangen voor de kersttijd die niet in het …

    lees verder

    Lofzingen

    Wij kunnen Gods lof op meerdere manieren bezingen dan alleen met het Gloria. In de bundel ‘Gezangen voor Liturgie’ (GvL) staan heel wat lofliederen, strofische, maar ook met refreinen voor het volk. Wist u dat er in deze bundel zeker minimaal een twintigtal lofpsalmen te vinden zijn?

    lees verder

    Zang bij de communie

    Als medewerkers aan de verschillende liturgische vieringen is het wel noodzakelijk om enige kennis te hebben van de opbouw van de viering waaraan we bijvoorbeeld als koor, dirigent of organist onze medewerking verlenen. In de categorie ‘Zang in de liturgie’ brengen wij de verschillende momenten onder de aandacht die door een koor gezongen kunnen worden. In deze aflevering ‘de communiegang’. We bekijken de Algemene Inleiding op het Altaarmissaal, een onmisbare leidraad, en in artikel 56 worden regels gesteld en suggesties gedaan betreffende de communieritus. Naast het Gebed des Heren en de Litanie bij de breking van het Brood (Lam Gods) worden er twee momenten genoemd waarop gezongen kan worden. Allereerst de zang die het ‘ter communie gaan’ van de aanwezigen begeleidt: “Terwijl het heilig Sacrament door de priester en de gelovigen genuttigd wordt, zingt met het gezang bij de communie, dat tot doel heeft(…) te getuigen van de innerlijke vreugde en het ontvangen van het Lichaam van Christus nog meer tot iets gemeenschappelijks te maken.” Naast deze begeleidingszang onder de communie is er ook nog een zelfstandig gezang mogelijk na de communie: “Als de communie uitgereikt is, bidden de priester en de gelovigen eventueel enige tijd in stilte. Ook kan …

    lees verder

    In ecclesiis benedicite Domino: Graduale

    In de vorige aflevering hebben we gezien dat er problemen kunnen ontstaan als (Gregoriaanse) koren iedere zon- en feestdag het Graduale zingen. De aard en de lengte van sommige Gradualia maken het de zangers lang niet altijd gemakkelijk. En zulke stukken moeten goed worden gezongen willen ze de kerkgangers blijven boeien. In het vorige artikel heb ik al een begin van een oplossing voor dit probleem gegeven, door op enkele Gradualia te wijzen die niet lang en niet zo moeilijk zijn. En vooral: de teksten van deze Gradualia zijn algemeen bruikbaar. Zie zo nodig naar de vertaling van deze zangstukken in het Gregoriaans Missaal.

    lees verder

    In ecclesiis benedicite Deo: het graduale

    Antwoord van de gemeenschap op de eerste lezing

    Het lijkt zonneklaar: voor iedere zon- of feestdag staat in het Graduale Romanum of in het Gregoriaans Missaal een antwoordgezang aangegeven: het Graduale. Dit gezang kan men inderdaad gebruiken. Deze Graduales behoren tot de mooiste Gregoriaanse composities die we kennen. En wie ze aankan, hij ga zijn gang. Een goed gezongen Graduale kan de kerkgangers aanzetten tot meditatief bezig zijn met dat wat in de lezing zojuist gehoord is. Antwoord geven op iets kan ook zonder woorden te spreken. Door n.l. in de geest (of: Geest) te beamen wat zojuist is voorgelezen.

    lees verder

    In ecclesiis benedicte Deo (3)

    Van Alleluia tot Halleloejah

    Soms wordt je de vraag gesteld: “Hoe moeten we in de liturgie het woord Alleluia uitspreken?" Dat is een terechte vraag. Terecht ook, omdat het woord op verschillende wijzen geschreven wordt. Vandaar dat het dit keer gaat over: hoe schrijf je dat woord? En: hoe spreek je dat woord uit?

    Fr. Nico Wesselingh o.s.b.

    Jubilate 29, 3 (september 1996)

    In de liturgie is de acclamatie Alleluia een vanuit de Bijbel overgenomen kreet. Er is dus geen sprake van een vinding van een of andere geleerde of musicus. Met name in de oosterse liturgie is het Alleluia al vanaf de eerste eeuwen bekend. Dat het in de westerse liturgie van veel latere datum is doet hier nu niet terzake. De betekenis van het woord is: Looft de Heer. Het woord is samengesteld uit de Hebreeuwse woorden Halleloe: dat ‘zingt’ betekent (Imperatief meervoud) en de afkorting van de Godsnaam: “Jah", dat dus staat voor Jaweh. Maar daarmee is nog weinig gezegd.

    Onvertaald

    Waarom is dit woord niet vertaald, en is het Hebreeuwse woord niet in iedere taal vervangen door een equivalent? Het woord Alleluia heeft in zijn Hebreeuwse klank iets zo compact, zo direct, dat pogingen tot invoeren …

    lees verder