“Blijvend zijn wij U dank verschuldigd…” Over het eucharistisch gebed

Het eucharistisch gebed vraagt nogmaals onze aandacht. Deze keer is het ons vooral te doen om de opbouw van dit gebed. En wel meer en detail dan de voorafgaande keren. In de vorige bijdragen vroegen we aandacht voor het gegeven dat ons geloof in God als Vader, Zoon en Heilige Geest de structuur van het eucharistisch gebed bepaalt. We hebben dat inzicht uitgedrukt in de formule: “Het gaat om de lofprijzing van de Vader, de gedachtenis van de Zoon en de bede om de Heilige Geest.”

Jubilate 20, 1 (januari 1987)

Cees Janssens

Feest der herkenning?

Wie met deze formule in zijn achterhoofd een van onze huidige eucharistische gebeden bekijkt, kan voor verrassingen komen staan. Wat blijkt? De meeste teksten zijn helemaal niet zo duidelijk herkenbaar als gebouwd op deze driedeling van Vader, Zoon en Geest. Althans, daar heeft het alle schijn van. De structuur van de meeste gebeden blijkt veel ingewikkelder dan de geboden theorie deed veronderstellen. Hoe zit dat nou?

De Twaalf Artikelen

Het is met het eucharistisch gebed een beetje als met de Geloofsbelijdenis van de Apostelen. Daarin belijden wij ons geloof in God als Vader, Zoon en Heilige Geest. Wij noemen deze tekst ‘de twaalf artikelen’, maar we zouden even goed of zelfs beter kunnen spreken van ‘de drie artikelen’. De belijdenis van de drie-ene God (= drie artikelen) wordt in deze tekst nader ontvouwd in een groot aantal geloofsuitspraken (= twaalf artikelen). Bij het eucharistisch gebed is het niet anders. De trinitaire structuur is als grondpatroon wel degelijk aanwezig, maar krijgt een nadere uitwerking in meerdere elementen.

Acht elementen

De inleiding op het missaal somt in nr. 55 niet minder dan acht van dergelijke elementen op. Hierna vindt U de tekst van eucharistisch gebed nr.V – bekend als ‘de canon van de Boskapel’ te Nijmegen – in zijn geheel afgedrukt. De geleding van dit gebed is aangegeven door opschriften, die corresponderen met die welke de inleiding op het missaal aangeeft.

Wie zich de tijd en de rust gunt dit geheel aandachtig te bezien, zal al gauw tot de ontdekking komen dat de grote lijn van de driedeling heel wel is terug te vinden in deze compositie. De aanwezigheid van een enkele syncope doet daaraan geen afbreuk, integendeel.

Eucharistisch Gebed nr.V (Canon van de Boskapel)

De Heer zij met u / En met uw geest. / Verheft uw hart. / Wij zijn met ons hart bij de Heer. / Brengen wij dank aan de Heer onze God. / Hij is onze dankbaarheid waardig. Met naam en toenaam Als een kleine handreiking geven we hier een opsomming van deze acht elementen, vergezeld van een heel beknopte toelichting.

1. Lofprijzing/dankzegging

U danken wij, Heer God, omwille van uw heerlijkheid, en om heil en genezing te vinden zullen wij uw naam verkondigen, al onze dagen maar vooral in deze tijd bezingen wij U. Want ons paaslam, Christus, is voor ons geslacht. Wat oud was is te niet gedaan; wat neerlag is tot nieuw leven opgericht: in Christus is ons leven geheel en al hersteld. Vreugde vervult ons, mensen die op aarde wonen, vreugde vervult de engelen in de hemel, de machten en krachten die U loven, die U dit lied toejuichen zonder einde. 1. De lofprijzing oftewel dankzegging, die vooral in de prefatie tot uitdrukking komt. Wisselend naargelang tijden en seizoenen en toch ook altijd weer hetzelfde.

2. Acclamatie

Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge. 2. Het ‘Heilig, Heilig, Heilig’, de acclamatie bij uitstek! Heel de gemeenschap is daarbij betrokken, in vereniging met de hemelse machten. Met minder kunnen we hier niet toe.

(Lofprijzing/dankzegging: vervolg)

God, onze Vader, wij danken U met heel ons hart, want Gij hebt ons tot leven geroepen. Gij hebt ons bestemd voor het geluk in Jezus, uw Zoon, onze Heer. In Hem zien wij uw goedheid en uw wil om ons allen te redden. Hij is het verlossende Woord, uw helpende hand. Nooit willen wij vergeten hoe Hij een werd met ons in lijden en dood. Onze last maakte Hij tot de Zijne, zijn trouw werd de onze. Blijvend zijn wij U dank verschuldigd om Hem.

3. (Consecratie)epiclese

God, onze Vader, wij vragen U: zend over dit brood en deze wijn de kracht van uw Heilige Geest; dat zij voor ons het Lichaam en Bloed worden van uw veelgeliefde Zoon, Jezus Christus. 3. De epiclese, de aanroeping van de Geest over de gaven van brood en wijn. Ook wel consecratie-epicIese genoemd. Tussenkomst van de Heilige Geest is hier niet alleen dringend gewenst maar is absolute noodzaak.

4. Instellingsverhaal en consecratie

Toen het paasfeest op handen was kwam zijn uur. Hij had de zijnen in de wereld bemind; nu gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. In het bewustzijn dat Hij van U was uitgegaan en naar U terugkeerde, heeft Hij het brood in zijn handen genomen en zijn ogen opgeslagen naar U, God, zijn almachtige Vader, de zegen uitgesproken, het brood gebroken en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden: Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt. Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden, de beker in zijn handen, Hij sprak de zegen en het dankgebed, reikte hem over aan zijn leerlingen en zei: Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van net nieuwe altijddurende Verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken. Verkondigen wij het mysterie van het geloof. Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt. 4. Het instellingsverhaal en de consecratie. Deze verhalende teksten staan hier in een context van gebed. Dat heeft zo zijn consequenties voor de manier waarop ze worden gesproken. Priesters dienen zich dat goed te realiseren.

5. Anamnese/gedachtenisviering

Trouw aan dit woord, Vader, gedenken wij Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer: zijn overgave in lijden en dood, de overwinning van zijn verrijzenis en de glorie van zijn hemelvaart. 5. De anamnese oftewel gedachtenis-viering, waardoor de kerk de opdracht van de Heer ten uitvoer brengt om Hem en zijn heilsdaden te blijven gedenken.

6. Aanbieding van het offer

Wij bieden U deze gaven aan, het Levende Brood en de Heilzame Beker, terwijl wij vol vertrouwen uitzien naar zijn komst in heerlijkheid. 6. De aanbieding van het offer. Tijdens deze gedachtenis biedt de kerk, vooral zoals zij hier en nu vergaderd is, in de Heilige Geest aan de Vader het offer aan. Daarin – en dat is een uiterst belangrijke opdracht – bieden de gelovigen ook zichzelf aan als een levende offergave voor God.

7. (Communie)epiclese/voorbede

Zend nu, Vader, de Trooster en Helper in ons midden, uw Heilige Geest. Wek de gezindheid van Jezus Christus in ons hart. Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde. Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij. Vrijmoedig in deze Geest bidden wij U, Vader, voor uw heilige kerk. Bescherm haar en leid haar; geef haar vrede en eenheid over de hele wereld. Geef wijsheid en kracht aan Paus Johannes-Paulus, aan onze bisschop Hubertus, en aan allen die Gij als herders in uw kerk hebt aangesteld. Gedenk in uw goedheid ook degenen, die een bijzondere plaats innemen in ons hart en vergeet niet hen, die door de dood van ons zijn heengegaan. Samen met heel uw volk, met de maagd Maria, de moeder van de Heer, met de apostelen, martelaren en al uw heiligen; samen ook met allen ter wereld, die op U hun vertrouwen hebben gesteld, vragen wij om uw barmhartigheid, erkennen wij uw grootheid en brengen wij U onze dank, door Jezus, uw Zoon, onze Heer. 7. De epiclese, de aanroeping van de Geest over de hier en nu vergaderde kerkgemeenschap. Ook wel communie-epiclese genoemd, ter onderscheiding van de boven vermelde oonsecratie-epiolese. Nog een andere benaming is voorbede. Welke benaming men er ook aan geeft, het gaat hier om een afbidden van de Geest over de kerkgemeenschap, opdat ook zij waarachtig Lichaam van Christus moge worden door het nuttigen van de eucharistische gaven. Er worden hier niet zonder reden zoveel namen genoemd. De kerk reikt tot over de grenzen van dit aardse bestaan. Levenden en doden, zaligen en heiligen, zij horen er allen bij.

8. Slotdoxologie

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almaohtige Vader, in de eenheid van de Heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. AMEN. 8. De slotdoxologie, de afsluitende lofprijzing van God de Vader door Jezus Christus in de Heilige Geest. De acclamatie van het volk in een overtuigd en overtuigend ‘amen’ bekrachtigt en besluit deze doxologie.

Acclamaties

Elk eucharistisch gebed kent reeds enkele vaste acclamaties. Daar is om te beginnen het ‘Heilige…’, verder het ‘A|s wij dan eten…’ of een soortgelijke tekst, en tenslotte het ‘Amen’. Wanneer wij dit aantal willen uitbreiden, bijvoorbeeld om de gelovigen op een aangepaste wijze in dit gebed te betrekken of om het eucharistisch gebed muzikaal meer tot zijn recht te laten komen, dienen we zeer zorgvuldig te werk te gaan. Minstens twee vragen moeten beantwoord worden: welke tekst kan hier en nu worden gebruikt? En: op welke plaats kan deze tekst goed functioneren? Een suggestie bij wijze van voorbeeld. Eucharistisch Gebed nr.X heeft een acclamatie die ook in ons geval zeer bruikbaar zou zijn. De tekst luidt: “Wij vormen tezamen een lichaam tot glorie van uw Naam”. We zouden deze acclamatie drie keer willen gebruiken – driemaal is ook in de liturgie vaak scheepsrecht! De eerste keer na de tekst van nr.6; een tweede keer midden in de tekst van nr.7, na de gedachtenis van de overledenen; een derde en laatste keer na de tekst van nr.7. Bij een dergelijke aanpak blijft het ‘Door hem…’ uiteraard aan de priester voorbehouden. De gemeenschap besluit het geheel met een gezongen ‘Amen’.

Reageren is niet mogelijk