Creatief vieren met gregoriaans

In maart 1999 verscheen de uitgave ‘Modellen voor woordvieringen, gebedsvieringen en communievieringen’, uitgegeven door de Nationale Raad voor Liturgie. De redactie heeft mij gevraagd ideeën aan te dragen in verband met gregoriaans in niet-eucharistische vieringen. Geen geringe opdracht, wanneer ik besef, dat de liturgische mogelijkheden buiten eucharistievieringen zeer divers en creatief kunnen zijn. De laatste alinea van het voorwoord uit bovengenoemde uitgave, is me dan ook uit het hart gegrepen: ““De richtlijnen die hier verder volgen zijn bedoeld als richtingwijzers, die uitnodigen om ter plaatse creatief in gezamenlijke verantwoordelijkheid oplossingen te vinden…”

Van oudsher heeft de liturgie twee sporen: de eucharistie en het officie (ook wel koorgebed of getijdengebed genoemd). Precies de naam koorgebed duidt op het gemeenschappelijk zingen of bidden in de zogenaamde koorruimte van de (abdij-)kerk, waardoor al in de eerste eeuwen van het christendom een zangtraditie ontstond. Die gezangen werden in de loop van de eeuwen gebundeld in het antifonale (van het woord antifoon), als tegenhanger van het graduale voor de gezangen van de eucharistieviering.

Het is van belang dit te weten, omdat het antifonale veel eenvoudiger gezangen bevat dan het graduale. Deze zijn daardoor toegankelijker en daarbij staan er ook andersoortige gezangen in het antifonale, zoals bijvoorbeeld hymen die je, op enkele na, niet in het graduale aantreft. Nu eerst wat voorbeelden uit de eerste zondag van de veertigdagentijd. De introïtus uit het graduale ziet er als volgt uit:

vb01vb01a

Een antifoon uit het antifonale met dezelfde tekstuele strekking luidt:

vb02

 

Het graduale simplex geeft dezelfde tekst met een nog eenvoudiger melodie:

vb03

Het unieke van deze liturgische zondag is, dat alle gezangen ontleend zijn aan psalm 90–91. Als tussenzangen vindt u in uw graduale (het boek) de moeilijke graduale (het gezang) Angelis en de hele lange tractus Qui habitat. In het graduale simplex vindt u een heel fijn zingbaar responsgezang (antwoordpsalm) als tussenzang:

 

vb04

Deze vorm van respons vindt u noch in het graduale, noch in het antifonale. Wat een mogelijkheden aan gezangen dus, waarbij we niet moeten schromen om in welke dienst dan ook, op een verantwoorde wijze keuzes te maken uit alle boeken die ons ten dienste staan.

Als lid van een congregatie is mij het koorgebed zeer lief om de volgende redenen:

  • In de authentieke getijden ervaar ik schoonheid.
  • De getijden geven mijn creativiteit inspiratie voor nieuwe mogelijkheden.

De woorddienst

Woord- en gebedsvieringen zijn te allen tijde mogelijk, omdat de voorganger niet per se een priester, diaken of pastoraal werk(st)er hoeft te zijn. Wel heeft de gemeenschap mensen nodig, die een goed gevoel voor liturgie hebben en er ook veel van weten.

In ‘Modellen voor woordvieringen, gebedsvieringen, communievieringen’ uitgegeven door de Nationale Raad voor Liturgie in de serie ’Pastoraal-Liturgische Handreikingen worden er vanaf pagina 40 een vespers- en een laudendienst aangeboden volgens de officiële structuur. In hun thematiek zijn het typisch diensten voor de avond en de morgen. In het ‘Antiphonale monasticum’ zou, met wat zoekwerk (en met wat hulp misschien) hetzelfde samen te stellen zijn met gregoriaanse gezangen.

De vespers en lauden vallen in voornoemde uitgave onder gebedsdiensten, omdat het bidden, (denk aan de psalmen en cantica, plus de typische gebeden) een veel grotere plaats inneemt dan het lezen. Lezen wordt gedaan in de metten. Dit is het nachtgebed van de kerk, waar het woord (de lezing) het belangrijkste onderdeel is. In sommige kloosters staat men er zeer vroeg voor op. Er kan nu ook gekozen worden voor een geschikt uur midden op de dag. Vroeger werd het door sommige orden midden in de nacht gedaan, bijvoorbeeld door de Karmelietessen.

In de Nederlandse vertaling van het Latijnse getijdengebed heet de dienst nu lezingendienst, die vergeleken met vroeger wel wat ingekort is.

Wat mij in de oude metten-structuur zo boeide, was het drie keer herhalen van eenzelfde gegeven, dat nocturne genoemd werd. Die structuur was als volgt: psalm, lezing, respons, met daarvóór een inleidend gedeelte, bestaande uit een inleidingspsalm met refrein (ps. 95) en een hymne en daarná een gebed en zegenbede. Ook kon, bij feesten, het Te Deum volgen na de laatste lezing.

Hoe zouden we, vanuit deze opzet creatief om kunnen gaan met een woorddienst. Alvorens heel concreet met de muziek te komen twee zaken:

a. Ik stel drie boeken aan u voor.

b. Ik geef het schema van de dienst met de vindplaatsen in de voorgestelde boeken.

De boeken:

  1. het Antiphonale monasticum (a.m.) is het zangboek voor het getijdengebed.
  2. het Liber hymnarius (l.h.) is het nieuwe boek voor de hymnen, plus nog enkele andere gezangen van het getijdengebed.
  3. het Graduale simplex (g.s.) is het vereenvoudigde Graduale romanum, zangboek voor de Eucharistieviering

Al deze boeken zijn onder meer verkrijgbaar bij de abdij van Vaals. Met deze drie ga ik aan de slag voor de woorddienst, waarvan nu het schema volgt. Ik heb gekozen voor een dienst voor de tijd rond Pinksteren. Ook voor u is enige creativiteit open gehouden.

Pinksterwoorddienst

  1. Inleidingspsalm 95 met refrein l.h. 90 + 146gregvb01gregvb02
    ook mogelijk: gezongen refrein met gesproken psalm (95 of een andere)
  2. inleidend gebed of inleidend woord
  3. hymne: Veni Creator l.h. 90

    a.m 518

    gregvb03

  4. lezing
  5. responsorium breve: Spiritus

    a.m. 518
    gregvb04

    of Spiritus a.m. 522
    gregvb05

  6. orgelintermezzo als moment van rust of overdenking
  7. psalm met antifoon: Dum complerentur + ps. 103

    g.s. 185
    gregvb06
    of uit de Lauden a.m. 520

  8. lezing
  9. zeer kort orgelspel (enkele akkoorden)
  10. overweging door voorgang(st)er
  11. responsorium – Exsurgat g.s. 186
    gregvb07
    of Deus deorum g.s. 189of Spiritus paraclitus a.m. 517
  12. afsluitend gebed
  13. afsluitend gezang: ant. Confirma

    g.s. 192
    gregvb08
    of Benedic. Domino a.m. 1244

Uiteraard is het ook mogelijk een ‘thematische’ dienst samen te stellen; bijvoorbeeld kruis – Jerusalem – water – doop – licht. Ook in het gregoriaanse repertoire zijn daar volop mogelijkheden voor.

De uitvaartliturgie

De Requiemmis kreeg het de minste kans zich aan te passen aan die nieuwe tijd. Het leven, dus ook de dood, het overlijden, blijft in iedere parochiekerk ‘gewoon’ doorgaan. Maar wat bracht Vaticanum II misschien ook hier aan nieuwe mogelijkheden?

Voor mij liggen drie boeken:

het oude graduale romanum (o.g.r.) met haar overbekende gezangen.

het nieuwe graduale romanum (n.g.r.) met de liturgische mogelijkheden van na Vaticanum II.

het graduale simplex (g.s.), het boek met eenvoudige gezangen, ook verschenen na Vaticanum II.

Vervolgens maak ik een overzichtje, waarin u al enigszins kunt zien, dat er veel meer mogelijkheden zijn dan vroeger.

Vergelijking

De meest in het oog springende zaken:

    • Een uitvaartdienst biedt zeer veel mogelijkheden aan gregoriaanse gezangen (zowel Eucharistie als Woord-Communiedienst)
    • Ook in het Graduale Simplex zijn juweeltjes aan gezangen te vinden.
    • De sequentia Dies irae staat tussen haakjes en komt in de nieuwe boeken niet meer voor. Aldus besloot de liturgiecommissie in Rome. Het Dies irae heeft een plaats gekregen tussen allerlei andere verschrikkingen, die ons aan het einde van het kerkelijk jaar worden voorgespiegeld; maar niet in de Eucharistieviering, maar in het Getijdengebed. Er zijn alleluia’s voor in de plaats gekomen.
    • De communio’s in de nieuwe boeken gaan vergezeld van een psalm of een psalmaanduiding. Dit oeroude gebruik is in alle gezongen vieringen door het hele jaar weer opgenomen: zolang de gelovigen communiceren kunnen er psalmverzen gezongen worden, steeds afgewisseld met de antifoon (= de communio)
    • Alle mogelijkheden staan bij elkaar aangegeven in het requiemformulier: Nieuw Graduale Romanum 669 e.v., Graduale simplex 401 e.v.

De sfeer van vieren

Welke gregoriaanse schola komt op het idee, heeft de moed, heeft de inspiratie, neemt de moeite, goed te kijken naar dit bewuste sterfgeval en naar dus die en die gezangen. Zitten echt zoveel families juist wel of niet op het zo overbekende repertoire te wachten? Het zijn zo wat denkvragen.

Over sfeer gesproken, wat bieden die gezangen dan? En vervolgens, wanneer er keuzes worden gemaakt kan dat dan in samenspraak met de voorganger, zodat de hele viering een harmonische eenheid wordt?

Laten we de introitus eens wat beter bekijken.

De necessitatibus: Uit mijn noden verlos mij Heer…Ego autem: In gerechtigheid zal ik voor U verschijnen…Intret: Trede mijn gebed voor uw aanschijn; neig uw oor…Si iniquitates: Zo Gij op ongerechtigheden acht geeft (…) bij U is vergevingsgezindheid…Sicut oculi: Zoals de ogen van dienaren (…) zo zijn onze ogen op de Heer (…) totdat Hij zich ontfermt.Verba mea: (…) luister naar mijn geroep.

De verrassende ontdekking bij het bekijken van al deze gezangen is, dat ze pas echt inhoud krijgen wanneer de bovenstaande teksten verbonden worden met hun eigen muzikaliteit: melodie en beweging.

De teksten hebben alle iets smekends vanuit het besef van menselijke kleinheid. Maar de sfeer van mildheid, van Gods nabijheid hierin is zoveel voelbaarder, wanneer het muzikale gegeven als het ware die teksten completeert:

  • de zachtheid van de vierde modus in ‘De necessitatibus’
  • de blijheid en overtuiging die de eerste modus uitstraalt in ‘Ego autem’
  • de openheid van de derde modus in ‘Intret’ zeker in zijn gerestitueerde hoedanigheid, waarbij nogal wat do’s in een si veranderen.

En zo kan ik doorgaan…

Met al die mogelijkheden kunnen we dus zelf een combinatie van gezangen maken om het persoonlijke karakter van de viering te versterken.

Het g.s. hoeft daarbij niet apart gezet te worden, maar kan volop delen in de keuzemogelijkheden. Hier onder volgen wat pogingen van mij:

  1. Het thuiskomen, het binnentreden
    • intr. Aperite mihi g.s. 403
    • gr. Laetatus g.s. 406 + n.g.r. 336
    • gr. Unam petii n.g.r. 358
    • al. Laetatus n.g.r. 19
    • of: Habitabit g.s. 411
    • In conspectu g.s. 412
    • com. Domine n.g.r. 102
    • Audivi g.s. 414
  2. Barmhartigheid
    • intr. Si iniquitates n.g.r. 350
    • gr. Misericordias g.s. 405
    • Si ambulem n.g.r. 125
    • De profundis g.s. 104
    • al. De profundis g.s. 407 let op vers 7
    • al. De profundis g.s. 409 let op vers 7
    • tr. De profundis n.g.r. 673
    • of. De profundis n.g.r. 368
    • com. Illumina n.g.r. 271
  3. In het eeuwige licht zijn bij de Heer.

Dat stralen de vertrouwde requiemgezangen uit, behalve het offertorium; dat is één grote smeking om bevrijding. Ofschoon, verderop: Moge (…) de H. Michaël hen binnenleiden in het heilige licht. Het offertorium ‘Illumina’ zou in deze gedachte ook niet misstaan.

De vertrouwde requiemgezangen, daar is natuurlijk niets mis mee. Wat er soms wel mis aan is, is de uitvoering. In ‘nieuw licht’ gezien zou dat eeuwige licht weleens helderder kunnen gaan schijnen.

Zo ziet u maar, op allerlei gebied kan er iets gedaan worden aan de liturgie voor overledenen, tot troost voor nabestaanden en tot vreugde en voldoening voor U, de trouwe zanger, die steeds weer opnieuw klaarstaat een medeparochiaan zingend te begeleiden naar zijn laatste rustplaats.

Zr. Marie-Louise Egbers

Eerder verschenen in Jubilate januari, mei 2001

Reageren is niet mogelijk