Orgelconcert Frank van Nimwegen

Op 7 december van dit jaar is het precies dertig jaar geleden dat Frank van Nimwegen als organist aan de parochie van O.L.V. van Bijstand te Baarle-Nassau mocht aantreden. Sindsdien heeft hij zich kunnen profileren als veelzijdig musicus: vakkundig organist, koordirigent en componist.

Als prelude op dit jubileum wil hij graag een orgelconcert geven in ‘zijn’ kerk.

Hij hoopt u allen, samen met zijn leerling Ben Sommen, een verrassende muzikale middag te bezorgen op het orgel dat hem zo lief, vertrouwd en dierbaar is. Het instrument is in 1951 gebouwd door fa. Verschueren (Heythuizen), in 1958 verplaatst en uitgebreid en in 2004 onderworpen aan een grote revisie door fa. Pels-d’Hondt (Herselt).

U zal gaan genieten van een afwisselend programma vol symfonische orgelmuziek van Max Reger, César Franck, Hendrik Andriessen en Eric Swiggers. Tevens kunt u de wereldpremière komen beluisteren van de onlangs voltooide zevendelige orgelcompositie ‘Études Symphoniques’ van Frank van Nimwegen zelf. Hij wil u allen van harte uitnodigen dit concert bij te wonen. Na afloop bent u tevens welkom in het naast de kerk gelegen patronaat voor een kopje koffie en/of een drankje.

Orgelkoralen in de liturgie: Palmzondag en Pasen

In het liturgisch jaar zijn de verschillende liturgische periodes een steeds terugkerende factor. Het zorgt ervoor dat wij niet slechts wekelijks bijeenkomen om uiting te geven aan onze eigen geloofsbeleving en om samen liturgie te vieren, maar dat de liturgie in de cyclus van het liturgisch jaar geplaatst wordt met zijn eigen specifieke kenmerken. Dit gebeurt o.a. door het zingen van gezangen die op de liturgische periode geëigend zijn en deze periode accentueren, hoewel ik een tendens bespeur, bijv. in onze bekende zondagsboekjes, naar een liturgische keuze louter aansluitend op de thematiek van de lezingen.

Orgelkoralen in de liturgie 2

De organist(e) dient over een vooruitziende blik te beschikken. Terwijl bij het schrijven van dit artikel nog tropische temperaturen gehaald worden moeten we alweer nadenken over muziek voor Advent en Kerstmis. Immers het instuderen van nieuwe muziek vergt enige moeite en tijd, je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Flip Veldmans Jubilate 28, 3 (september 1995) Om het zoeken naar nieuwe muziek te vergemakkelijken volgt hieronder weer een lijst met koraaltitels speciaal voor de Advent. Daarna zullen we kijken welke componisten hiervoor muziek hebben geschreven, uiteraard is dit slechts een summiere bloemlezing, enkele notenvoorbeelden zullen wederom niet ontbreken. Over de muziekvoorbeelden gesproken, ik krijg weleens het verzoek om het héle stuk af te drukken in plaats van slechts een fragment. Afgezien van het feit dat het gehele muziekwerk teveel plaats in zou nemen, zult u begrijpen dat dit auteursrechtelijk niet kan. De voorbeelden zijn bedoeld om een eerste indruk te geven, waarna u de bladmuziek zou kunnen aanschaffen. Het is niet de bedoeling om Jubilate op de orgellessenaar te zetten om vervolgens voor de liturgie klaar te zijn. 1. Georg Philipp Telemann ‘Herr Christ der einig Gottes

Het nut van het spelen van uitgeschreven partituren

Er verschijnen thans praktisch geen composities meer zonder dat er aandacht geschonken wordt aan de noden van de organist; een bundel zonder orgelbegeleidingen is haast niet meer denkbaar. Waarom toch deze aandacht v00r onze orgelspelers, en – waarschijnlijk een nog belangrijker vraag – waarom houden vele organisten zich niet aan deze begeleidingen? Flip Veldmans Jubilate 28, 2 (mei 1995) Om met de eerste vraag te beginnen: je moet van goede huize komen om het zonder uitgeschreven orgelbegeleidingen te kunnen stellen. Het maakt niet uit of je als amateur of als professional werkzaam bent in de liturgie. De eenheid van melodie en begeleiding vraagt meestal om de oorspronkelijke begeleiding. Stijlgetrouw begeleiden in dc juiste sfeer is geen gemakkelijke opgave. Daarnaast gecomponeerde voor- en tussenspelen improviseren doet geen recht aan de compositie. Om maar meteen met de deur in huis te vallen, wanneer je bijv. de Willibrordusmis van Bernard Bartelink moet spelen, is dit onmogelijk vanuit een eenstemmige partij te doen:

1. Gedeelte uit de Lofzang Eer aan God in den hoge, GvL 233.

In de karakteristieke orgelpartij met prachtige voorhoudingsakkoorden volgt na ’Zoon van de Vader‘ een tussenspel van

Orgelkoralen in de liturgie 1

Wekelijks worden organisten voor de vraag gesteld: wat kan ik spelen in de liturgische dienst? De meeste orgelspelers hebben (gelukkig) vele orgelboeken aangeschaft, hetzij op eigen kosten, hetzij op kosten van het kerkbestuur, waarbij dan de boeken bij het orgel blijven liggen, zodat ook collega-orgelspelers hiervan gebruik kunnen maken.

Zelfstandig orgelspel in de liturgie

Het orgel heeft een belangrijke taak toebedeeld gekregen in onze huidige liturgie. Welke stijl van kerkmuziek ook wordt gekozen; Latijn: gregoriaans of meerstemmig, Nederlands: één- of meerstemmig, de gemeenschap dient op enigerlei wijze in de zang te worden betrokken. Tevens kan het koor in zelfstandige koorzang zijn muzikale mogelijkheden ten dienste stellen aan de liturgie. Daarnaast is het gewenst ter bevordering van de muzikale afwisseling het orgel en/of andere instrumenten zelfstandig te gebruiken, in overeenstemming met karakter en inhoud van de viering. Volgens de officiële documenten mag het orgel in advent, veertigdagentijd, tijdens het Triduum Sacrum (Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag) en in missen voor overledenen alleen ter begeleiding van de gezangen gebruikt worden. Uitzonderingen hierop zijn de derde zondag van de advent en de vierde zondag van de veertigdagentijd.

Orgelmuziek van Willem Vogel

Op de Kontaktdag van 5 maart jl. hebben we kennis kunnen maken met Willem Vogel. Voor velen een belevenis te vernemen vanuit welke achtergrond en geloofsbeleving Vogel in de kerkmuziek functioneert als musicus en als componist. In aansluiting hierop wil ik u laten kennismaken met ‘Versetten voor de Advent- en Kersttijd’ voor orgel en andere toetsinstrumenten van Willem Vogel, uitgegeven bij Bureau voor Ned. Kerkmuziek, Cath. van Clevepark 27, 1181 AR Amstelveen, tel. 020 – 643 15 07. Prijs ƒ 17,50.

Uit de orgelhoek: Het lied van de dag des Heren (Stralsund 1640/1665)

‘Het bruidspaar heeft als openingslied gevraagd: Dit is de dag’ zegt de pastor tegen de organist. ‘Dat is goed’ zegt de organist, maar moppert ondertussen bij zichzelf, hadden ze niet een origineler lied kunnen kiezen, het is ook altijd hetzelfde! Inderdaad te pas en te onpas wordt dit lied aangeheven. Maar vloeit de verveling bij de organist vaak niet voort uit steeds maar weer hetzelfde eerste regeltje als voorspel, en steeds maar weer dezelfde akkoorden op dezelfde plaats, drie coupletten lang. Geen wonder dat je dan een hekel krijgt aan een lied, maar geldt dat niet voor ieder gezang? Jubilate 25, 2 (mei 1992) Flip Veldmans Ik zal een poging wagen dit bekende gezang nieuw leven in te blazen, want het prachtige lied met zijn sterke melodie verdient het niet in de hoek te worden geschoven. lk kan zo een handvol liederen noemen die hiervoor beter in aanmerking komen… Beginnen we met het voorspel. Wanneer een lied vaak wordt gezongen en daardoor goed gekend geworden is, is het helemaal niet nodig steeds de beginregel als voorspel te nemen. Het voorspel van Jan Böhmer uit Ludiale (besteladres: Bergstraat 17, 6701 AB Wageningen tel. 08370–12881) kan als leidraad dienen om kreatiever hiermee

Omgaan met kerktoonladders 3

U hebt van mij nog een afsluitend artikel tegoed over de toepassing van kerktoonladders. Door persoonlijke omstandigheden heeft het artikel wat op zich laten wachten, maar hier is het dan toch. Ik stel voor eerst nog eens de beide vorige artikelen aandachtig door te lezen en de muziekvoorbeelden op een instrument te spelen (deel I in het septembernummer van 1990 en deel II in het daaropvolgende januarinummer, dan bent u weer helemaal bij. Jubilate 25, 1 (januari 1992) Flip Veldmans Aan de hand van enkele gezangen uit Gezangen voor Liturgie ga ik de behandelde stof illustreren. Het lied ‘Christus is opgestaan’ GvL 414, zie de uiteenzetting van Theo Klaus in zijn rubriek ‘Gedachten rond een lied‘ staat in d-dorisch. De reeks is d-e-f-g-a-b-c-d zonder verhogingen of verlagingen Het verschil met d-mineur zit dus in de b in plaats van de bes (dorische sext) en min of meer in de c in plaats van de cis (leidtoon van d-harmonisch). Bekijken we thans de begeleiding uit Harmoniale I van Jan Böhmer:begeleiding_christus_is_opgestaan-1 U ziet steeds het gebruik van de b, behalve de bes in maat 3 van het voorspel en maat

Gregoriaans en orgelmuziek

Door de eeuwen heen heeft het gregoriaans voor veel inspiratie gezorgd bij componisten van orgelmuziek. De oorsprong is terug te vinden in het feit dat de eerste zelfstandige orgelstukken ter afwisseling met het koor gespeeld werden; de z.g. alternatim-praktijk Bij het alternatimspel omspeelde de organist de gregoriaanse melodieën, terwijl een zanger de bijbehorende tekst hardop uit sprak of zong. Jubilate 26, 3 (september 1993) Flip Veldmans Een prachtig voorbeeld hiervan is de Ricercare con obligo di cantare la Quinta parte senza toccarla (ricercare, waarbij men de 5e stem kan zingen zonder haar te spelen) in ‘Fiori Musicali‘ van Girolamo Frescobaldi (1583–1643): Uitgave bijv. Peters 45l4 of Bärenreiter 2205. Een tekst hiervoor is niet gegeven maar zou kunnen zijn: In deze bundel vindt u eveneens verschillende orgelstukken die aansluiten bij de 11e gregoriaanse mis (Orbis factor) en de 4e mis (Cunctipotens Genitor Deus). Met name voor gebeds- en/of (advents-)vesperdiensten is het te overwegen deze alternerende vorm van koor en orgel in ere te herstellen! Ook bij Sweelinck zien we invloeden van het gregoriaans, bijv. in het variatiewerk: Christe qui lux est et