De adventskrans

Een krans van dennegroen, daarop vier witte kaarsen. een paars lint waaraan het geheel wordt opgehangen: ziedaar onze adventskrans. In de weken voor Kerstmis in menige kerk een vertrouwd gegeven. Een geliefd gegeven ook, zoals dc Advent zelf veel gelovigen bijzonder dierbaar is. Cees Janssens Jubilate 18, 3 (september 1995)

Tweevoudig karakter

In de advent gaan godsdienstige motieven en natuursymboliek hand in hand. De combinatie van deze twee elementen bepaalt in hoge mate de aantrekkelijkheid en de charme van deze periode. De kerk ziet uit naar de komst van haar Heer en zij bereidt zich voor op de viering van zijn geboortefeest. Tegelijkertijd zien wij in de donkere dagen voor Kerstmis uit naar de terugkeer van het licht, het moment waarop de dagen weer gaan lengen. De adventskrans deelt in het tweevoudige karakter van de advent. Hij helpt ons op de hem eigen manier toe te leven naar het geboortefeest van onze Heer. Hij helpt ons ook de donkere dagen voor Kerstmis door te komen. In beide gevallen speelt het licht een beslissende rol, al dan niet geschreven met een hoofdletter.

Herkomst van de adventskrans

In onze katholieke wereld is de adventskrans een betrekkelijk recent verschijnsel. Alles lijkt er op

Vier evangelie-liederen

Naar aanleiding van een artikel van Cees Janssens in ons blad Jubilate van september 1994 met als titel ‘Een Evangelielied’, is mij gevraagd of ik 4 Evangelieliederen wilde uitzoeken: twee voor de 40 dagen- en twee voor de paastijd. Ik heb toen ons onvolprezen Doneksysteem geraadpleegd en aangezien wij momenteel in het C-jaar leven heb ik daarop gezocht.

Het evangelielied

Binnen het geheel van de Schrift nemen de vier evangelies een bevoorrechte plaats in. Dat heeft tot gevolg dat ook in de viering van de liturgie de evangelielezing als een hoogtepunt geldt. Met name in meer feestelijke vieringen is dat duidelijk. Rond de voorlezing van het evangelie worden alle zintuigen gemobiliseerd, worden alle registers opengetrokken. Het rechtstaan van de gelovigen is hier niet minder welsprekend dan het gebruik van kaarsen en wierook. Het evangelieboek wordt aangedragen onder het zingen van het Alleluia, en in vele kerken wordt dit na beëindiging van de lezing omhoog geheven en klinkt er een acclamatie. Het geheel vormt een typisch katholieke manier van omgaan met het Boek en het daarin vervatte woord van de Heer.

‘Gezegend hij die komt’: de kersttijd

25 december staat op de kerkelijke kalender te boek als de datum van het geboortefeest van onze Heer. Kerstmis zogezegd. Volgens het huidige missaal begint de viering van dit feest reeds in de avond van de 24e december met de vigiliemis van Kerstmis. “Heden nog zult gij weten dat de Heer ons komt redden, en morgen zult ge zijn heerlijkheid zien.” Aldus de openingstekst in het missaal, dat hier even vrijmoedig als trefzeker omgaat met de toezegging van Moses in Ex. 16, 6–7.

Jubilate 25, 3 (september 1992)

Cees Janssens

Kerstmis op 24 december? Steeds meer begint het er in onze streken op te lijken dat Kerstmis niet op 25 december maar op 24 december valt. Geen ontwikkeling in de goede richting. Wat te denken van een parochie met bijna een half dozijn nachtmissen op 24 december? Een parochie die op 25 december volstaat met een enkele viering waarbij het parochieblad laconiek aantekent: ‘geen intentie’. Wil de kerk zichzelf uit de markt prijzen? De uitholling van de christelijke feestdagen kunnen wij inderdaad maar het best zelf ter hand nemen! Er is niets tegen om de kerstviering in te zetten op de avond van 24 december. Een goed begin is nooit

De liturgie van de Advent

‘Gezegend Hij Die Komt’

De feestkring rond Pasen heeft in de christelijke kerk de oudste rechten. En dat niet alleen, hij is ook van het grootste belang. Kerstmis moet het daartegen afleggen. De liturgische feestkring rond Kerstmis moet genoegen nemen met een tweede plaats. Daarmee wil niets gezegd zijn ten nadele van zoiets als een geboortefeest. Pasen is ook een geboortefeest. Daarbij gaat het om de Eerstgeborene uit de doden, de Eerstgeborene onder vele broeders en zusters. Het paasfeest was voor de eerste generaties van christenen geboortefeest genoeg. En de kerstviering is – het moge vreemd klinken – n[i]et allereerst geboorteviering. Jubilate 25, 2 (mei 1992) Cees Janssens

The Day of His Coming

Met Pasen gaat het om de Levende, de levende Heer. Met Kerstmis en alles wat daarbij hoort gaat het vooral om de Komende, de komende Heer. De geboorte van de Heer moet worden gezien in het perspectief van zijn komst. De Amerikaanse liturgist Thomas Talley typeert de kerstcyclus kort en krachtig als de viering van ‘The Day of His Coming’. In twee uitspraken kan de liturgie van de kersttijd worden getekend. Allereerst als vraag en verwachting: ‘Zijt Gij de Komende of hebben wij een ander te verwachten?’

Het koor en de vieringen van woord en gebed

Op de kontaktdag liturgie en kerkmuziek van een paar maanden geleden sprak ik een aantal ‘koormensen’ uit ons bisdom. Het ging onder andere over de rol van het koor bij andere vieringen dan de eucharistie. Een informatierondje gaf snel een beeld van de ontwikkelingen in de praktijk. Er zijn bijna geen koren meer die helemaal geen ervaring hebben met andersoortige liturgische vieringen.

Jubilate 26, 3 (september 1993)

Gerard Broekhuijsen

Nu maakt het echter wel verschil over welke situatie we spreken. De medewerking van een koor aan een boetedienst is geen enkel punt. Zo ook zingt men graag bij bijzondere gelegenheden als een dankdienst op oudjaarsavond of op de dodenherdenking van 4 mei. Maar een viering van woord en gebed die in de plaats komt van de zondagse eucharistieviering blijkt hier en daar problemen op te roepen. ‘Er zijn in ons koor een paar mensen die weg blijven als we dan moeten zingen. We spreken ze daar niet op aan. We laten het maar zo.’ Het is niet duidelijk wat de bezwaren van deze mensen precies zijn. Gaan ze ergens anders heen om de eucharistie te kunnen vieren? Blijven ze gewoon thuis omdat de kerk niet kan bieden waar ze op

Koor- en volkszang in woord- en gebedsdiensten

Inleiding gehouden door Gerard Broekhuijsen, op de Kontaktdag 6 maart 1993 te Roosendaal

Inleiding

Het gaat vandaag over zingen in woord- en gebedsdiensten. De ervaringen van u allen op dit terrein zullen heel verschillend zijn. Wellicht zijn er koorzangers bij die hun hele leven nooit in andere situaties hebben gezongen dan in eucharistievieringen.

Jubilate 26, 2 (mei 1993)

Gerard Broekhuijsen

Maar er zijn ook leden van kloostergemeenschappen aanwezig die vaker het getijdengebed zingen in de kapel dan dat zij zingen bij de eucharistie. Er zijn koren die al gewend zijn om ook andere vieringen dan de eucharistie mee te maken. Zij komen uit parochies waar niet meer altijd op zaterdagavond of zondag een mis is.

Het ziet er naar uit dat het aantal van deze parochies in de toekomst zal toenemen en dat er dus ook meer koren zullen worden geconfronteerd met een verbreding van hun taak. Het is dus goed om met elkaar te kijken wat dat voor de praktijk van een koor voor gevolgen heeft.

Koorzangers houden niet van lange verhalen. Zij luisteren liever naar muziekvoorbeelden dan naar beschouwingen. Daarom is er een grote rol toebedeeld aan de koorgroep o.l.v. Jozef Dekkers. Niet alleen om naar te luisteren

Liturgische verkenningen: Vespervieringen

Onze zangbundels maken het ons niet gemakkelijk wanneer het gaat om de viering van de getijden, van lauden en vespers, van morgen- en avondgebed. Als kinderen van hun tijd dragen zij alle min of meer het stempel van de heersende eucharistische monocultuur. Met alle gevolgen vandien. Wil men in een parochie een liturgisch morgen- of avondgebed gaan praktiseren, dan kan men met de bestaande bundels met een beetje goede wil wel uit de voeten, maar daar blijft het dan ook bij. Zelfs met Gezangen voor Liturgie, de beste bundel tot nu toe, blijft het behelpen. Jubilate 24, 2 (mei 1991) Cees Janssens Problemen zijn er om te worden opgelost. De volkswijsheid weet van een wil en een weg. Waar de wil aanwezig is laat de weg zich vinden, ook inzake de getijdenliturgie.

De lof van het licht

Een parochiële vesperviering vraagt om de nodige rituele elementen. Het verdient daarom aanbeveling zo’n viering te beginnen met een licht- en/of een wierookritus. De lichtritus kan vooral functioneren wanneer de viering wordt gehouden bij het invallen van de duisternis. Om te weten waarom het hier gaat vergelijke men het begin van de paaswake. Licht, wierook en Exsultet vormen daar samen een ritueel

Liturgische verkenningen: het vieren van de vespers

Bij de viering van een vesperdienst zijn de licht- en wierookritus, de psalmodie en de voorbede van oudsher de dragende elementen. Men zou er ook vandaag de dag mee kunnen volstaan. Muzikaal zijn er dan volop mogelijkheden er een dienst van te maken die klinkt als een klok. In de loop van de tijden zien wij echter dat men aan deze basisgegevens nieuwe elementen toevoegt. Elementen die mede het gezicht van de vesper zijn gaan bepalen. Daarbij gaat het – afgezien van de lezing uit de Schrift, dat is een hoofdstuk apart – met name om de lofzang van Maria, het Magnificat, en om het gebed des Heren, het Onze Vader.

Jubilate 24, 1 (januari 1991)

Cees Janssens

Lezing van de Schrift

Naast het zingen uit de Schrift door middel van de psalmodie, heeft ook het lezen uit de Schrift een vaste plaats in de avonddienst zoals die vanouds werd gevierd. In de ene kerk deed men het zus, in de andere zo, maar altijd vanuit de overtuiging dat de Schrift ook in een gebedsdienst niet mocht ontbreken. Opvallend daarbij is dat de Schriftlezing als regel een tamelijk bescheiden plaats inneemt, uitzonderingen daargelaten. Het accent ligt in de gebedsdienst