Klik hier om terug te keren naar het hoofdscherm Klik hier om terug te keren naar het hoofdscherm   Over Jubilate
 

ruler_left_part ruler_middle_part ruler_right_part

 

Het ordinarium

Door Evert Wagter

Het ordinarium , waarmee bedoeld wordt de vaste delen van de eucharistieviering en in het bijzonder de vaste, gezongen delen van de mis, kenmerkt zich door een gelijkblijvende tekst bij wisselende noten. Het zal niemand verbazen dat er ordinaria op Latijnse tekst zijn van Palestrina, Mozart, Schubert en vele anderen; evenzeer zal niemand verrast zijn te lezen dat er ordinaria op Nederlandse tekst zijn van Vermulst, van der Putt, Bartelink en alweer vele anderen. Een studiedag van de landelijke Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging, net voor de zomer in ’s Hertogenbosch gehouden, vergastte ons op twee nieuwe Nederlandstalige ordinaria. Niets aan de hand totdat… naast twee componistennamen ook een tekstschrijver genoemd werd. En dat is wel opvallend bij ordinaria want het kenmerk van een ordinarium is nu eenmaal de vaste tekst. De studiedag is aanleiding voor onderstaande opmerkingen.

Ordinarium

Met het ordinarium in nauwe zin bedoelen we doorgaans Kyrie (Heer, ontferm U), Gloria (Eer aan God), Credo (Geloofsbelijdenis), Sanctus (Heilig, heilig) en Agnus Dei (Lam Gods). Breder gezien horen Pater noster (Onze Vader) en diverse acclamaties voor en na de lezingen en op andere plaatsen in de orde van dienst, er ook bij. Het ordinarium, zo gezien, is het ordinarium van een eucharistieviering. Andere vieringen kunnen ook vaste gezongen delen hebben (bijvoorbeeld het Magnificat in de vesper) maar we spreken dan niet van een ordinarium.

Woord- en communieviering

Het kan dus niet zo zijn dat een woord- en communieviering delen van een ordinarium van een eucharistieviering bevat. De woord- en communieviering heeft een eigen vorm (orde van dienst) en een eigen plek in het liturgisch leven van een parochie; de regel is dat als een parochie niet kan voorzien in een weekend-eucharistieviering een woord- en communieviering tot de mogelijkheden behoort. Veel koren en dirigenten zijn niet voldoende toegerust een woord- en communieviering liturgisch-muzikaal stem te geven; daarbij hebben veel zangers en kerkgangers (in het ideale valt dat samen!) moeite met het afscheid van het traditionele ordinarium. En dus klinken er delen van Latijnse missen in andere vieringen dan eucharistievieringen en wordt de woord-en-communieviering, zoals men vroeger zei, een 'mis-met-een-gaatje’ want zonder instellingswoorden. Jammer, er is zoveel mogelijk.

In de Opening van een woord- en communieviering kan een Eer aan God veel beter gestalte krijgen in een algemeen loflied of in een lofpsalm. Ook zou het lofgedeelte kunnen vervallen ten faveure van een schriftlied, een lied bij het openen van de Schrift, aan het begin van de Dienst van het Woord. Een ander voorbeeld: het refrein van de antwoordpsalm kan de gezongen acclamatie zijn in het communie-dankgebed, dat na de communie is geplaatst als een uitgebreid post-communiegebed. De vele mogelijkheden van de woord- en communievieringen, daarover een andere keer.

Kyrie

In de eucharistieviering gaat het regelmatig fout bij de schuldbelijdenis (boeteact). De traditionele schuldbelijdenis (Confiteor) wordt gevolgd door “Moge de almachtige God…” waarna het Kyrie gezongen wordt. Wel correct maar niet helemaal logisch; een enkele priester heeft liever “Ik belijd voor… “ waarna het Kyrie en vervolgens “Moge de almachtige God…”. Na deze trits volgt dan het feestelijke Gloria.

Wanneer gekozen wordt voor een kyrie-litanie (Het Confiteor is een persoonlijke schuldbelijdenis terwijl de kyrie-litanie een meer algemene schuldbelijdenis is.) dan is het Heer, ontferm U (al of niet gezongen) in de litanie opgenomen. Na de litanie volgt dan geen gezongen Kyrie meer. En hoe vaak hoor ik dat in vieringen toch gebeuren!

Agnus Dei

Het Agnus Dei, de begeleidingszang bij de broodbreking, komt om meerdere reden in het gedrang. De broodbreking houdt op zichzelf niet zoveel meer in. Een aantal voorgangers breekt de 'grote hostie’ al bij de consecratie. Dat gaat mij door merg en been. Eerst breekt men de hostie, onder de microfoon, dan staat men wijdgearmd met de twee helften (Zie eens, het breken is gelukt!) om vervolgens de twee stukken of weer één te laten lijken of schuins over elkaar te tonen. Nog afgezien dat het op deze manier helemaal niet mag, nooit gemogen heeft, doet het ook geestelijk zeer. Enfin, ook deze hostie is dus al gebroken.

De begeleidingszang bij de broodbreking moet zo kort mogelijk zijn; dat het Agnus Dei een driedelige vorm heeft, is geen wet. Een Agnus Dei zingt men zolang de broodbreking duurt, het kenmerk van een begeleidingszang, en sluit men af met 'dona nobis pacem’. Is de broodbreking kort (In heel Nederland dus!) dan volstaat in feite het laatste, afsluitende Agnus Dei, die met 'dona nobis pacem’.

In uitvaarten gaat het om een andere reden fout met het Agnus Dei. Zoals gezegd is de Agnus Dei de begeleidingszang bij de broodbreking en heeft in feite geen betrekking op de overledene. Sinds Vaticanum II zingen we dus officieel niet meer 'dona eis requiem’ en 'dona eis requiem sempiternam’. Ik zou bankroet zijn als ik alle koren die nog wel de oude versie zingen, op een picknick zou nodigen.

Latijn

Op de in het begin van dit artikel genoemde studiedag hield de nationale 'muziek en christendom’-professor Martin Hoondert een mooi betoog over onder meer het liturgisch-muzikale aan de ene kant en het liturgisch-rituele aan de andere kant. Onder het liturgisch-muzikale mochten we de grote kerkmuziek (waaronder Latijnse missen) verstaan en onder liturgisch-rituele de muziek van bijvoorbeeld Huijbers, de litanie-gezangen, korte responsies en dergelijke. Dit laatste mocht sinds Vaticanum II, het andere (liturgisch-muzikale) zou vervolgens vanzelf uitsterven zodra we de zegeningen van de nieuwe liturgisch-rituele kerkmuziek hadden ondervonden en eigen gemaakt. Zo dacht men in de jaren negentig nog. Nu blijkt, de Latijnse mis leeft. (De Tridentijnse liturgie trouwens ook!) Dat uitsterven komt overigens wel; niet om reden van gebrek aan belangstelling, maar om reden van het afnemende aantal koren dat nog fatsoenlijk een kwaliteitsmis kan zingen.

Studiedag

Op de al genoemde studiedag werden ons dus twee ordinaria gepresenteerd, te weten de Sint-Jansmis van Maurice Pirenne en een nieuw ordinarium van Jan Duin en Jan Raas. De mis van Pirenne werd gecomponeerd in opdracht van het Bisdom Den Bosch bij gelegenheid van het bisdomjubileum. Er zijn heel veel exemplaren gratis 'in het veld gezet’ en de compositie ging, uit honderden kelen, in première – men ging er in Den Bosch de kathedraal voor uit (Gods huis uit, de tent in, sic!) – in een tent op de Parade. Prima mis, een van de betere Nederlandse ordinaria.

Het ordinarium van Raas en Duin, officieel getiteld 'Zie naar ons om – Vijf gezangen voor de eucharistie’, volgt de vaste tekst niet en dat maakt dit ordinarium op grond van wat we in dit artikel hebben uitgelegd, minder of niet bruikbaar in een eucharistieviering. Dat wil overigens niet zeggen dat de compositie onbruikbaar is. Voor de Kyrie-litanie en de Doxologie (bekronende afsluiting van het Eucharistisch gebed) zie ik nog kansen in een eucharistieviering; de Lofzang kan in andere soorten vieringen een goede plek vinden. Bovendien is de mis een poging verschillende koorgroepen (koorsoorten, van jong naar oud, u weet dat onze kerkkoren niet meer zijn ingedeeld naar repertoire maar naar leeftijd; ook daarover een andere keer) in een 'mis’-compositie te vangen. Eerdere pogingen op dit gebied kennen we van onder anderen Albert Arens (Om ontmoeting).

Het was verder een feestelijke studiedag. Ook al omdat Den Bosch een fijne stad is en Boekhandel Heinen pal tegenover de studiedag-kerk de winkel heeft. De dag werd afgesloten met een aperitief (drankje vóór het eten) waarop geen diner volgde.

ruler_left_part ruler_middle_part ruler_right_part