Klik hier om terug te keren naar het hoofdscherm Klik hier om terug te keren naar het hoofdscherm   Over Jubilate
 

ruler_left_part ruler_middle_part ruler_right_part

 

Stemvorming

Door Hans Smout

Een goede houding, de basis van een goede zangtechniek

Of u nu zittend of staande zingt, een goede houding daarbij is de eerste voorwaarde voor een goede zangtechniek in het algemeen. Een foute, bijvoorbeeld ingezakte en futloze- houding van het lichaam, kan nooit een goede ademtechniek opleveren. Genoemde houding staat haaks op een goede ademtechniek! Een onjuiste plaatsing van het hoofd op de romp belemmert een goede resonansvorming of zorgt ervoor dat bet strottenhoofd niet vrij beweeglijk is. Verkrampte lippen, een weerbarstige tong, en een mond die niet open wil omdat de onderkaak onvoldoende actief is komt noch een goede klinkervorming, noch actieve medeklinkers, noch klank, noch de verstaanbaarheid ten goede.

Vaak hoor je dat je zo ontspannen mogelijk moet zingen. In zekere zin is dat ook wel waar, al moeten we ons realiseren dat we met "ontspannen" zijn in feite bedoelen: een voor zingen zo gunstig mogelijke balans scheppen tussen spannings- en ontspanningselementen. Zingen is topsport, is een bekend gezegde, en dat goed zingen "zwaar werk" is bewijzen solozangers als u hen live of bijvoorbeeld op TV aan het werk ziet! Spanningen of activiteiten die een negatieve bijdrage leveren aan een goede zangtechniek moeten vermeden worden, terwijl andere voor goed zingen juist heel functioneel en van nature goed zijn!

Als u staat te zingen doet u dat in een kleine spreidstand van ongeveer 25 cm. Wat meer of wat minder kan ook; e.a.a. is afhankelijk van de afstand waarbij u zich het prettigst voelt. Het gewicht van uw lichaam rust voor het grootste deel op uw voorvoeten, voor een kleiner deel op uw hakken. Of u nu hoog of laag zingt, in alle situaties is dat het geval. Zorg ervoor dat u optimaal contact met de bodem blijft bewaren. De hakken van de grond als het hoog wordt, is onjuist; het helpt u absoluut niet! Erger nog, het werkt alleen averechts.
Staand zingen: maakt u zich zo lang mogelijk, de rug is gestrekt, het kruintje van het hoofd is het hoogste punt van het lichaam. De knieën staan niet op slot (= naar achteren geduwd); u moet, als u dat wilt controleren, altijd een beetje door de knieën kunnen zakken! Het borstbeen is niet ingezakt. De schouderbladen lijken als door een elastiekje met elkaar verbonden en willen dus al het ware steeds een beetje naar elkaar toe gaan. Gevolg: uw borstbeen blijft "natuurlijk geheven" in de beste zanghouding. Onnodig om te zeggen dat de wervelkolom gestrekt blijft: u wilt zich immers zo lang mogelijk maken! Het kruintje is het hoogste punt van uw lichaam, u kijkt als het ware naar de vloer, een aantal meters voor u. Een veel voorkomende fout is dat bij het hoger worden van de tonen het voorhoofd met de tonen mee naar boven gaat. Het omgekeerde moet het geval zijn: hoe hoger de tonen, des te meer beweegt het voorhoofd zich een beetje naar beneden!

Ik noemde de situatie van zittend zingen: als je goed zittend zingt (met name tijdens het grootste deel van de repetitie) is die houding verre te verkiezen boven steeds staande te repeteren, wat vermoeidheid en onrust tot gevolg heeft. Maar: zittend zingen met de benen over elkaar is natuurlijk onjuist, evenals uw armen, met de muziek in de handen, in uw schoot te laten rusten. De voeten bevinden zich, naast elkaar geplaatst, beide op de grond. U mag de leuning van de stoel, rechtop zittend als u zingt, niet gebruiken; u zit op het voorste deel van de zitting. Uw partij houdt u -hetzelfde geldt voor het geval u staande zingt - voor u, en ligt in de palm van een hand, het wegglijden van de partij wordt door de andere hand voorkomen. De partij houdt u bijna vlak en wel zo hoog dat u, over uw partij heen kijkend, tevens de dirigent kunt zien. Of u nu zittend of staande zingt, de ellebogen en armen zijn - uw partij zo vasthoudend ais boven omschreven - vrij van het lichaam. Vrij ademen kan zo dus niet belemmerd worden! Als u van buiten, dus zonder muziek zingt, hangen uw armen aan niet opgeheven schouders losjes langs het lichaam.
Natuurlijk zingen we staande het meest optimaal. Tijdens een "uitvoering" (wat een gruwelijk woord voor zingen tijdens een liturgische viering) is het vanzelfsprekend dat we staan, maar ook tijdens de repetitie is het goed om - regelmatig- de zithouding af te wisselen door de staande houding. Er zijn zo van die specifieke momenten om staande te zingen: bijvoorbeeld als iets (wat ervoor zittend ingestudeerd is) "zit", bij een laatste doorgang voor de pauze, of als besluit van de repetitie.

Foute spanningen bij het zingen verraden zich onder meer in gespannen handen en vingers, in het ballen van de handen tot vuisten, etc. In het gezicht worden spanningen verraden door onnatuurlijke rimpels, door een gefronst voorhoofd en door een mondvorm die op een opvallende manier afwijkt van die zoals die normaal bij het spreken gebruikt wordt.

De mondactiviteit in het bijzonder is een in spanning en ontspanning te oefenen element. De souplesse van het z.g. articulatieapparaat is iets wat training behoeft. De opmerking "goed articuleren" heeft vaak een overactiviteit ten gevolge (foute spanningen dus) die zich manifesteert in grimassen. Niet de grote bewegingen zijn dienstig bij een goede articulatie, maar wel de kleine bewegingen in een actief en soepel samenspel van tong, lippen en tanden.

De volgende oefening om te trainen:

oefening a:

vb01

Lukt deze oefening ook in een snel tempo, dan kan de oefening worden uitgebreid tot:

oefening b:

vb02

De medeklinker -r- kan gemaakt worden door snelle trilbewegingen van het achterdeel van de tong tegen het zachte gehemelte (de z.g. huig-r) of door een snel trillen van het puntje van de tong tegen de voorzijde van het harde gehemelte ter hoogte van het inplantpunt van de boventanden (de z.g. tongpunt-r). Voor zingen is de laatste vorm veruit te verkiezen. Deze manier van de -r- zorgt ervoor dat behalve deze medeklinker ook zijn "omgeving" en daarmee de totale klank meer voorin wordt geplaatst! Sommige mensen die spreken met een huig-r kunnen evenwel toch wel zingen met een tongpunt-r, al vinden ze het erg "aanstellerig". Als het aanstellerig gevoel wordt overwonnen en de tongpunt-r tot een vanzelfsprekende gewenning bij het zingen wordt, is er veel gewonnen!
lets van de tongpunt-r ervaren -en als training te gebruiken- is het woord "prent" uitspreken (of zingen) als een snel "pùdent", en in bovenstaande oefeningen pr, pro, prie als een snel puda, pudo, pudie en fra, fro, frie als een snel: fùda, fùdo, fùdie.

Tenslotte de onderkaak. Het is belangrijk dat de onderkaak zeer beweeglijk is en zich gemakkelijk "laat vallen". Als er bij u tijdens het zingen van de klinker aa geen ruimte tussen onder- en boventanden aanwezig is van (ruim) twee vingers, dan dient u daaraan flink te werken. Let op: niet open sperren, maar de onderkaak door zijn eigen gewicht laten vallen!

oefening c:

vb03

Ruimte is klank. Met een alsmaar "zuinig" of "deftig" klein mondje zingen kan nooit klankvol zijn. Zelfs bij zacht zingen is er nooit sprake van inactiviteit of/en zingen met een te kleine mondruimte.
Het is mij vaak opgevallen, dat leerlingen hun kaak niet "durfden" laten vallen omdat ze dan met klank werden geconfronteerd en daarmee met zichzelf.. . !

ruler_left_part ruler_middle_part ruler_right_part